12.1.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 9/13
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 15 november 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Fővárosi Törvényszék (voordien: Fővárosi Bíróság) — Hongarije) — Bericap Záródástechnikai Bt./Plastinnova 2000 kft
(Zaak C-180/11) (1)
(Richtlijn 2004/48/EG - Voorschriften inzake onderzoek van bewijzen in kader van geding voor nationale rechter waarbij vordering tot nietigverklaring van bescherming van gebruiksmodel is ingesteld - Bevoegdheden van nationale rechter - Verdrag van Parijs - TRIPs-Overeenkomst)
2013/C 9/19
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Fővárosi Törvényszék (voordien: Fővárosi Bíróság)
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Bericap Záródástechnikai Bt.
Verwerende partij: Plastinnova 2000 kft
in tegenwoordigheid van: Magyar Szabadalmi Hivatal
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Fővárosi Bíróság — Uitlegging van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom die als bijlage 1 C is gehecht aan de Overeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie, van het Verdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot bescherming van de industriële eigendom, en van richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (PB L 157, blz. 45) — Voorschriften inzake het onderzoek van bewijzen in het kader van een geding voor de nationale rechter waarbij een vordering tot nietigverklaring van bescherming van een gebruiksmodel is ingesteld — Bevoegdheden van de nationale rechter
Dictum
Aangezien de bepalingen van de artikelen 2, lid 1, en 3, lid 2, van richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, uitgelegd tegen de achtergrond van artikel 2, lid 1, van het Verdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot bescherming van de industriële eigendom, laatstelijk herzien te Stockholm op 14 juli 1967 en gewijzigd op 28 september 1979, en artikel 41, leden 1 en 2, van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, die als bijlage 1 C is gehecht aan de op 15 april 1994 te Marrakesh ondertekende Overeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie en die is goedgekeurd bij besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten, niet van toepassing zijn op een nietigheidsprocedure als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, kunnen deze bepalingen niet worden geacht zich ertegen te verzetten dat de rechter in een dergelijke gerechtelijke procedure:
—
niet gebonden is aan de vorderingen en andere verklaringen van partijen en ambtshalve de overlegging van de noodzakelijk geachte bewijzen kan gelasten;
—
niet gebonden is aan een administratieve beslissing die op een vordering tot nietigverklaring is gegeven, noch aan de daarin vastgestelde feiten, en
—
bewijzen die reeds in het kader van een eerdere vordering tot nietigverklaring werden overgelegd, niet opnieuw kan onderzoeken.
(1) PB C 232 van 6.8.2011.
Full & Egal Universal Law Academy