23.11.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 344/4
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 26 september 2013 — Europese Commissie/Koninkrijk Spanje
(Zaak C-189/11) (1)
(Niet-nakoming - Fiscale bepalingen - Btw - Richtlijn 2006/12/EG - Artikelen 306 tot en met 310 - Bijzondere regeling voor reisbureaus - Verschillen tussen taalversies - Nationale wettelijke regeling volgens welke deze bijzondere regeling op andere personen dan reizigers van toepassing is - Begrippen „reiziger” en „klant” - Uitsluiting van deze regeling van bepaalde verkopen aan publiek - Vermelding op factuur van aftrekbaar btw-bedrag dat geen verband houdt met verschuldigde of voldane voorbelasting - Totalisatie van maatstaf van heffing voor bepaald tijdvak - Onverenigbaarheid)
2013/C 344/03
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: L. Lozano Palacios en C. Soulay, gemachtigden)
Verwerende partij: Koninkrijk Spanje (vertegenwoordiger: S. Centeno Huerta, gemachtigde)
Interveniënten aan de zijde van de verwerende partij: Tsjechische Republiek (vertegenwoordigers: M. Smolek, T. Müller en J. Očková, gemachtigden), Franse Republiek (vertegenwoordigers: G. de Bergues en J.-S. Pilczer, gemachtigden), Republiek Polen (vertegenwoordigers: A. Kraińska, A. Kramarczyk, M. Szpunar en B. Majczyna, gemachtigden), Portugese Republiek (vertegenwoordigers: L. Inez Fernandes en R. Laires, gemachtigden), Republiek Finland (vertegenwoordigers: J. Heliskoski en M. Pere, gemachtigden)
Voorwerp
Niet-nakoming — Schending van de artikelen 73, 168, 169, 226 en 306 tot en met 310 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1) — Bijzondere regeling voor reisbureaus
Dictum
1)
Het Koninkrijk Spanje is de verplichtingen niet nagekomen die op hem rusten krachtens de artikelen 168, 226 en 306 tot en met 310 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde,
—
door de bijzondere regeling voor reisbureaus niet toe te passen op de verkoop aan het publiek, door reisbureaus die detaillist zijn en op eigen naam handelen, van reizen georganiseerd door reisbureaus die grossier zijn;
—
door de reisbureaus onder bepaalde omstandigheden toe te staan op de factuur een totaalbedrag aan belasting over de toegevoegde waarde te vermelden dat geen verband houdt met de aan de klant daadwerkelijk in rekening gebrachte belasting, en door de klant toe te staan, als deze belastingplichtige is, dat totaalbedrag in mindering te brengen op de verschuldigde belasting over de toegevoegde waarde, en
—
door reisbureaus toe te staan, voor zover zij zich op deze bijzondere regeling beroepen, de maatstaf van heffing van de belasting voor elk belastbaar tijdvak te totaliseren.
2)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
3)
De Europese Commissie draagt één vierde van haar kosten.
4)
Het Koninkrijk Spanje draagt zijn eigen kosten en drie vierde van de kosten van de Commissie.
5)
De Tsjechische Republiek, de Franse Republiek, de Republiek Polen, de Portugese Republiek en de Republiek Finland dragen hun eigen kosten.
(1) PB C 186 van 25.6.2011.
Full & Egal Universal Law Academy