2.3.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 63/3
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 17 januari 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberste Gerichtshof — Oostenrijk) — Georg Köck/Schutzverband gegen unlauteren Wettbewerb
(Zaak C-206/11) (1)
(Consumentenbescherming - Oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op interne markt - Regeling van lidstaat die voorziet in voorafgaande goedkeuring voor aankondiging van uitverkoop)
2013/C 63/03
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberste Gerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Georg Köck
Verwerende partij: Schutzverband gegen unlauteren Wettbewerb
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Oberste Gerichtshof — Uitlegging van richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) (PB L 149, blz. 22), in het bijzonder de artikelen 3, lid 1, en 5, lid 5, ervan — Regeling van een lidstaat op basis waarvan een voorafgaande toestemming is vereist voor de aankondiging van een uitverkoop
Dictum
Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) moet aldus worden uitgelegd dat zij eraan in de weg staat dat een nationale rechterlijke instantie de staking beveelt van een handelspraktijk die niet onder bijlage I bij de richtlijn valt, op de enkele grond dat die handelspraktijk niet vooraf door het bevoegde bestuur is goedgekeurd, zonder evenwel zelf aan de hand van de criteria van de artikelen 5 tot en met 9 van die richtlijn te beoordelen of de betrokken praktijk oneerlijk is.
(1) PB C 226 van 30.7.2011.
Full & Egal Universal Law Academy