7.9.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 260/4
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 18 juli 2013 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Hof van Cassatie-België) — Belgische staat/Medicom SPRL (C-210/11), Maison Patrice Alard SPRL (C-211/11)
(Gevoegde zaken C-210/11 en C-211/11) (1)
(Verzoek om prejudiciële beslissing - Zesde btw-richtlijn - Artikelen 6, lid 2, eerste alinea, sub a, en 13, B, sub b - Recht op aftrek - Investeringsgoederen die aan rechtspersonen toebehoren en gedeeltelijk voor privédoeleinden ter beschikking van beheerders ervan worden gesteld - Geen in geld betaalbare huurprijs, maar inaanmerkingneming van wat in inkomstenbelasting als voordeel in natura wordt gekwalificeerd)
2013/C 260/06
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Hof van Cassatie
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Belgische staat
Verwerende partijen: Medicom SPRL (C-210/11), Maison Patrice Alard SPRL (C-211/11)
Voorwerp
Verzoek om prejudiciële beslissing — Hof van Cassatie (België) — Uitlegging van artikelen 6, lid 2, eerste alinea, sub a, en 13, B, sub b, van Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1) — Btw-vrijstelling — Begrip dienstverrichting in samenhang met onroerend goed — Gebruik voor privédoeleinden van beheerders en hun familie, van gedeelte van onroerend goed bestemd voor onderneming, waarvoor geen huursom in geld wordt betaald, maar die tegenprestatie in natura vormt — Uitsluiting van recht op aftrek
Dictum
1)
De artikelen 6, lid 2, eerste alinea, sub a, en 13, B, sub b, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, zoals gewijzigd bij richtlijn 95/7/EG van de Raad van 10 april 1995, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzetten dat de terbeschikkingstelling van een gedeelte van een aan een rechtspersoon toebehorend onroerend goed voor de privédoeleinden van de beheerder ervan zonder dat de gebruikers voor het gebruik van dat onroerend goed een huurprijs in geld als tegenprestatie betalen, geldt als een van belasting vrijgestelde verhuur van onroerend goed in de zin van deze richtlijn, en dat het dienaangaande geen verschil maakt dat de nationale inkomstenbelastingregeling deze terbeschikkingstelling beschouwt als een voordeel in natura dat ontstaat uit de uitvoering door de gebruikers van hun statutaire opdracht of hun arbeidsovereenkomst.
2)
De artikelen 6, lid 2, eerste alinea, sub a, en 13, B, sub b, van de Zesde richtlijn (77/388), zoals gewijzigd bij richtlijn 95/7, moeten aldus worden uitgelegd dat de omstandigheid dat de gehele of gedeeltelijke terbeschikkingstelling van het volledig aan het bedrijf toebehorende onroerend goed aan de beheerders, bestuurders of vennoten ervan, wel of niet rechtstreeks verband met de exploitatie van het bedrijf houdt, in situaties als in de hoofdgedingen irrelevant is om uit te maken of deze terbeschikkingstelling onder de vrijstelling van laatstgenoemde bepaling valt.
(1) PB C 211 van 16.7.2011.
Full & Egal Universal Law Academy