29.9.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 295/12
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 19 juli 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Mokestinių ginčų komisija prie Lietuvos Respublikos Vyriausybės — Litouwen) — AB Lietuvos geležinkeliai/Vilniaus teritorinė muitinė, Muitinės departamentas prie Lietuvos Respublikos finansų ministerijos
(Zaak C-250/11) (1)
(Vrijstelling van douanerechten en btw-vrijstelling bij invoer van goederen - Brandstof in normale reservoirs van motorvoertuigen te land - Begrip „motorvoertuig te land” - Locomotieven - Weg- en spoorvervoer - Beginsel van gelijke behandeling - Neutraliteitsbeginsel)
2012/C 295/20
Procestaal: Litouws
Verwijzende rechter
Mokestinių ginčų komisija prie Lietuvos Respublikos Vyriausybės
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: AB Lietuvos geležinkeliai
Verwerende partijen: Vilniaus teritorinė muitinė, Muitinės departamentas prie Lietuvos Respublikos finansų ministerijos
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Mokestinių ginčų komisija prie Lietuvos Respublikos Vyriausybės — Uitlegging van artikel 112 van verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (PB L 105, blz. 1) en van artikel 107, lid 1, sub a, van verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (PB L 324, blz. 23) — Uitlegging van artikel 82, lid 1, van richtlijn 83/181/EEG van de Raad van 28 maart 1983 houdende bepaling van de werkingssfeer van artikel 14, lid 1, sub d, van richtlijn 77/388/EEG met betrekking tot de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de definitieve invoer van bepaalde goederen (PB L 105, blz. 38) en van artikel 84, lid 1, sub a, van richtlijn 2009/132/EG van de Raad van 19 oktober 2009 houdende bepaling van de werkingssfeer van artikel 143, sub b, en c, van richtlijn 2006/112/EG met betrekking tot de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de definitieve invoer van bepaalde goederen (PB L 292, blz. 5) — Invoer, met vrijstelling van douanerechten en met btw-vrijstelling, van brandstof in de normale reservoirs van motorvoertuigen te land — Onderneming die op het grondgebied van een derde staat de normale brandstofreservoirs van haar locomotieven met diesel heeft laten vullen — Begrip motorvoertuigen te land
Dictum
Artikel 112, lid 1, sub a, van verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 1315/88 van de Raad van 3 mei 1988, artikel 107, lid 1, sub a, van verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen, artikel 82, lid 1, sub a, van richtlijn 83/181/EEG van de Raad van 28 maart 1983 houdende bepaling van de werkingssfeer van artikel 14, lid 1, sub d, van richtlijn 77/388/EEG met betrekking tot de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de definitieve invoer van bepaalde goederen, zoals gewijzigd bij richtlijn 88/331/EEG van de Raad van 13 juni 1988, en artikel 84, lid 1, sub a, van richtlijn 2009/132/EG van de Raad van 19 oktober 2009 houdende bepaling van de werkingssfeer van artikel 143, onder b) en c), van richtlijn 2006/112/EG met betrekking tot de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de definitieve invoer van bepaalde goederen, moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet van toepassing zijn op locomotieven.
(1) PB C 226 van 30.7.2011.
Full & Egal Universal Law Academy