3.8.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 225/6
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 30 mei 2013 — Europese Commissie/Koninkrijk Zweden
(Zaak C-270/11) (1)
(Niet-nakoming - Richtlijn 2006/24/EG - Bewaring van gegevens die zijn gegenereerd of verwerkt in verband met aanbieden van elektronischecommunicatiediensten - Arrest van Hof tot vaststelling van niet-nakoming - Niet-uitvoering - Artikel 260 VWEU - Financiële sancties - Oplegging van forfaitaire som)
2013/C 225/09
Procestaal: Zweeds
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: C. Tufvesson, D. Maidani en F. Coudert, gemachtigden)
Verwerende partij: Koninkrijk Zweden (vertegenwoordigers: A. Falk en C. Meyer-Seitz, gemachtigden)
Voorwerp
Niet-nakoming — Artikel 260 VWEU — Niet-uitvoering van het arrest van het Hof van 4 februari 2010 in zaak C-185/09, Commissie/Zweden — Verzoek om vaststelling van dwangsom
Dictum
1)
Het Koninkrijk Zweden is de krachtens artikel 260 VWEU op hem rustende verplichtingen niet nagekomen doordat het heeft nagelaten om de maatregelen te nemen die nodig waren ter uitvoering van het arrest Commissie/Zweden (C-185/09) van 4 februari 2010 betreffende de niet-omzetting in nationaal recht van richtlijn 2006/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 betreffende de bewaring van gegevens die zijn gegenereerd of verwerkt in verband met het aanbieden van openbaar beschikbare elektronischecommunicatiediensten of van openbare communicatienetwerken en tot wijziging van richtlijn 2002/58/EG, en doordat het niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen heeft vastgesteld die noodzakelijk waren om aan deze richtlijn te voldoen.
2)
Het Koninkrijk Zweden wordt gelast aan de Europese Commissie op de rekening „Eigen middelen van de Europese Unie” een forfaitaire som van 3 miljoen EUR te betalen.
3)
Het Koninkrijk Zweden wordt verwezen in de kosten.
(1) PB C 226 van 30.7.2011.
Full & Egal Universal Law Academy