24.11.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 366/13
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 4 oktober 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de lo Mercantil no 2 de A Coruña — Spanje) — Germán Rodríguez Cachafeiro, María de los Reyes Martínez-Reboredo Varela-Villamor/Iberia, Líneas Aéreas de España SA
(Zaak C-321/11) (1)
(Luchtvervoer - Verordening (EG) nr. 261/2004 - Compensatie voor luchtreizigers in geval van instapweigering - Begrip „instapweigering” - Annulering door luchtvaartmaatschappij van instapkaart van passagier wegens vermoedelijke vertraging van voorgaande vlucht waarvoor gelijktijdig met betrokken vlucht is ingecheckt en die door dezelfde maatschappij is uitgevoerd)
2012/C 366/21
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado de lo Mercantil no 2 de A Coruña
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Germán Rodríguez Cachafeiro, María de los Reyes Martínez-Reboredo Varela-Villamor
Verwerende partij: Iberia, Líneas Aéreas de España SA
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Juzgado de lo Mercantil no 2 de A Coruña — Uitlegging van de artikelen 2, sub j, 3, lid 2, 4, lid 3, 5 en 7 van verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91 (PB L 46, blz. 1) — Begrip „instapweigering” — Weigering tot instappen op een aansluitende vlucht wegens aan de luchtvaartmaatschappij te wijten vertraging van een eerste vlucht — Toewijzing van de plaatsen op de aansluitende vlucht aan andere passagiers, gezien de veronderstelde maar onbewezen onmogelijkheid voor de passagiers om op tijd aan te komen voor hun aansluitende vlucht
Dictum
Artikel 2, sub j, van verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91, gelezen in samenhang met artikel 3, lid 2, van verordening nr. 261/2004, moet aldus worden uitgelegd dat het begrip „instapweigering” het geval omvat waarin een luchtvaartmaatschappij bij één enkele vervoerovereenkomst die bestaat uit verschillende boekingen voor aansluitende vluchten waarvoor gelijktijdig is ingecheckt, bepaalde passagiers niet aan boord van een vlucht laat gaan omdat de eerste vlucht van hun boeking een aan haar te wijten vertraging heeft opgelopen en zij verkeerdelijk heeft verwacht dat deze passagiers niet op tijd zouden aankomen voor de tweede vlucht.
(1) PB C 282 van 24.9.2011.
Full & Egal Universal Law Academy