7.7.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 200/4
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 24 mei 2012 — Europese Commissie/Republiek Oostenrijk
(Zaak C-352/11) (1)
(Niet-nakoming - Milieu - Richtlijn 2008/1/EG - Geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging - Vergunningvoorwaarden voor bestaande installaties - Verplichting ervoor te zorgen dat deze installaties overeenkomstig eisen van richtlijn worden geëxploiteerd)
2012/C 200/07
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: G. Wilms en A. Alcover San Pedro, gemachtigden)
Verwerende partij: Republiek Oostenrijk (vertegenwoordigers: C. Pesendorfer en A. Posch, gemachtigden)
Voorwerp
Niet-nakoming — Schending van artikel 5, lid 1, van richtlijn 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PB L 24, blz. 8) — Vergunningsvoorwaarden voor bestaande installaties — Verplichting om ervoor te zorgen dat deze installaties worden geëxploiteerd overeenkomstig de eisen van de richtlijn
Dictum
1)
De Republiek Oostenrijk is de verplichtingen die op haar rusten krachtens artikel 5, lid 1, van richtlijn 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging niet nagekomen doordat vergunningen niet overeenkomstig de artikelen 6 en 8 van deze richtlijn zijn afgegeven, bestaande vergunningen niet zijn getoetst en zo nodig bijgesteld, en er niet op is toegezien dat alle bestaande installaties worden geëxploiteerd overeenkomstig de eisen van de artikelen 3, 7, 9, 10, 13, 14, sub a en b, en 15, lid 2, van deze richtlijn.
2)
De Republiek Oostenrijk wordt verwezen in de kosten.
(1) PB C 252 van 27.8.2011.
Full & Egal Universal Law Academy