22.12.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 399/6
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 25 oktober 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Hof van Cassatie — België) — Déborah Prete/Rijksdienst voor arbeidsvoorziening
(Zaak C-367/11) (1)
(Vrij verkeer van personen - Artikel 39 EG - Staatsburger van ene lidstaat die op zoek is naar dienstbetrekking in andere lidstaat - Gelijke behandeling - Wachtuitkeringen ten gunste van jongeren op zoek naar hun eerste dienstbetrekking - Toekenning van uitkering onderworpen aan voorwaarde dat ten minste zes jaar onderwijs in ontvangende lidstaat is gevolgd)
2012/C 399/08
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Hof van Cassatie
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Déborah Prete
Verwerende partij: Rijksdienst voor arbeidsvoorziening
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Hof van Cassatie (België) — Uitlegging van de artikelen 12, 17, 18 en 39 EG (thans artikelen 18, 20, 21 en 45 VWEU) — Wachtuitkeringen ten gunste van jongeren die op zoek zijn naar hun eerste dienstbetrekking — Toekenning die afhankelijk wordt gesteld van het voltooien van ten minste zes jaar onderwijs aan een onderwijsinstelling van de betrokken lidstaat — Weigering van toekenning aan een staatsburger van een andere lidstaat die voortgezet onderwijs in die andere lidstaat heeft gevolgd, louter wegens het niet naleven van de bovenvermelde voorwaarde — Factoren waarmee rekening dient te worden gehouden bij de beoordeling van de band van de jongere met de nationale arbeidsmarkt
Dictum
Artikel 39 EG verzet zich tegen een nationale bepaling als aan de orde in het hoofdgeding die het recht op wachtuitkeringen voor jongeren die op zoek zijn naar hun eerste dienstbetrekking, afhankelijk stelt van de voorwaarde dat de betrokkene voorafgaand ten minste zes jaar onderwijs heeft gevolgd aan een onderwijsinstelling van de ontvangende lidstaat, voor zover deze voorwaarde belet dat rekening wordt gehouden met andere representatieve factoren die het bestaan kunnen aantonen van een werkelijke band tussen de aanvrager van wachtuitkeringen en de betrokken geografische arbeidsmarkt, en daardoor verder gaat dan nodig voor de verwezenlijking van de door die bepaling nagestreefde doelstelling, te weten het bestaan van een dergelijke band te waarborgen.
(1) PB C 282 van 24.9.2011.
Full & Egal Universal Law Academy