29.9.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 295/15
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 19 juli 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal Superior de Justicia de Cataluña — Spanje) — International Bingo Technology, S.A./Tribunal Económico Administrativo Regional de Cataluña (TEARC)
(Zaak C-377/11) (1)
(Zesde btw-richtlijn - Artikel 11, A, lid 1, sub a, artikel 17, lid 5, en artikel 19, lid 1 - Organisatie van bingospelen - Wettelijke verplichting tot uitkering van gedeelte van verkoopprijs van kaarten als prijzengeld voor spelers - Berekening van maatstaf van heffing)
2012/C 295/25
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Tribunal Superior de Justicia de Cataluña
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: International Bingo Technology, S.A.
Verwerende partij: Tribunal Económico Administrativo Regional de Cataluña (TEARC)
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tribunal Superior de Justicia de Cataluña — Uitlegging van de artikelen 11, A, lid 1, sub a, 17, lid 5, en 19, lid 1, van de Zesde richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1) — Maatstaf van heffing — Organisatie van bingospelen — Verkoop van bingokaarten aan de spelers — Gebruik van een deel van de geïnde bedragen voor de uitkering van het prijzengeld aan de winnaars
Dictum
1)
Artikel 11, A, lid 1, sub a, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, zoals gewijzigd bij richtlijn 98/80/EG van de Raad van 12 oktober 1998, moet aldus worden uitgelegd dat in het geval van de verkoop van bingokaarten als in het hoofdgeding het vooraf bij wet vastgestelde gedeelte van de prijs van deze kaarten dat is bestemd voor de uitkering van het prijzengeld aan de spelers, niet is begrepen in de maatstaf van heffing voor de belasting over de toegevoegde waarde.
2)
Artikel 17, lid 5, en artikel 19, lid 1, van de Zesde richtlijn (77/388), zoals gewijzigd bij richtlijn 98/80, moeten aldus worden uitgelegd dat de lidstaten niet mogen bepalen dat voor de pro rata-berekening van de aftrek van de belasting over toegevoegde waarde het vooraf bij wet vastgestelde gedeelte van de verkoopprijs van de bingokaarten dat aan de spelers als prijzengeld moet worden uitgekeerd, deel uitmaakt van de omzet die moet worden opgenomen in de noemer van de in artikel 19, lid 1, bedoelde breuk.
(1) PB C 290 van 1.10.2011.
Full & Egal Universal Law Academy