9.11.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 325/2
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 12 september 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Conseil d’État — Frankrijk) — Le Crédit Lyonnais/Ministre du budget, des comptes publics et de la réforme de l'État
(Zaak C-388/11) (1)
(Belasting over toegevoegde waarde - Zesde richtlijn (77/388/EEG) - Artikelen 17 en 19 - Aftrek van voorbelasting - Gebruik van goederen en diensten zowel voor belaste handelingen als voor vrijgestelde handelingen - Aftrek pro rata - Berekening van pro rata - In andere lidstaten en derde landen gevestigde bijkantoren - Niet-inaanmerkingneming van omzet daarvan)
2013/C 325/03
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Conseil d’État
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Le Crédit Lyonnais
Verwerende partij: Ministre du budget, des comptes publics et de la réforme de l'État
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Conseil d'État — Uitlegging van de artikelen 13 (B, sub d, punten 1-5), 17 (leden 2, 3, sub a en c, en 5) en 19 van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1) — Aftrek van de voorbelasting — Goederen en diensten die zowel worden gebruikt voor handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat als voor handelingen waarvoor geen recht op aftrek bestaat — Berekening van het pro rata voor de toepassing van de aftrek — Verplichting voor de zetel van een in een lidstaat gevestigde vennootschap om rekening te houden met de inkomsten van de in een andere lidstaat gevestigde bijkantoren
Dictum
1.
De artikelen 17, leden 2 en 5, en 19, lid 1, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, moeten aldus worden uitgelegd dat een vennootschap waarvan het hoofdkantoor in een lidstaat is gevestigd, bij de berekening van haar pro rata voor aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde niet de omzet van haar in andere lidstaten gevestigde bijkantoren in aanmerking mag nemen.
2.
De artikelen 17, lid 3, sub a en c, en 19, lid 1, van de Zesde richtlijn (77/388) moeten aldus worden uitgelegd dat een vennootschap waarvan het hoofdkantoor in een lidstaat is gevestigd, bij de berekening van haar pro rata voor aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde niet de omzet van haar in derde landen gevestigde bijkantoren in aanmerking mag nemen.
3.
Artikel 17, lid 5, derde alinea, van de Zesde richtlijn (77/388) moet aldus worden uitgelegd dat het een lidstaat niet toestaat te voorzien in een regel voor de berekening van het pro rata voor aftrek per sector van bedrijfsuitoefening van een belastingplichtige vennootschap, op grond waarvan die vennootschap de omzet van een in een andere lidstaat of een derde land gevestigd bijkantoor in aanmerking mag nemen.
(1) PB C 298 van 8 oktober 2011.
Full & Egal Universal Law Academy