9.2.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 38/8
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 13 december 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzhof — Duitsland) — BLV Wohn- und Gewerbebau GmbH/Finanzamt Lüdenscheid
(Zaak C-395/11) (1)
(Fiscale bepalingen - Zesde btw-richtlijn - Beschikking 2004/290/EG - Toepassing van derogatie door lidstaat - Machtiging - Artikel 2, punt 1 - Begrip „bouwwerkzaamheden” - Uitlegging - Leveringen van goederen daaronder begrepen - Mogelijkheid om deze derogatie gedeeltelijk toe te passen - Beperkingen)
2013/C 38/08
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesfinanzhof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: BLV Wohn- und Gewerbebau GmbH
Verwerende partij: Finanzamt Lüdenscheid
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Bundesfinanzhof — Uitlegging van artikel 2, punt 1, van beschikking 2004/290/EG van de Raad van 30 maart 2004 waarbij Duitsland wordt gemachtigd een maatregel toe te passen in afwijking van artikel 21 van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting (PB L 94, blz. 59) — Recht van de gemachtigde lidstaat deze afwijking slechts gedeeltelijk toe te passen — In die bepaling opgenomen begrip „bouwwerkzaamheden” — Leveringen van goederen eventueel daaronder begrepen
Dictum
1)
Artikel 2, punt 1, van beschikking 2004/290/EG van de Raad van 30 maart 2004 waarbij Duitsland wordt gemachtigd een maatregel toe te passen in afwijking van artikel 21 van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting, moet aldus worden uitgelegd dat het in deze bepaling opgenomen begrip „bouwwerkzaamheden”, naast de handelingen die worden aangemerkt als diensten zoals die zijn gedefinieerd in artikel 6, lid 1, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, zoals gewijzigd bij richtlijn 2004/7/EG van de Raad van 20 januari 2004, ook de handelingen omvat die leveringen van goederen in de zin van artikel 5, lid 1, van deze richtlijn vormen.
2)
Beschikking 2004/290 moet aldus worden uitgelegd dat de Bondsrepubliek Duitsland het recht heeft, van de bij deze beschikking verleende machtiging slechts gedeeltelijk gebruik te maken voor bepaalde subgroepen, zoals specifieke soorten bouwwerkzaamheden, en voor prestaties ten behoeve van bepaalde ontvangers. Bij de vaststelling van deze subgroepen dient deze lidstaat het beginsel van fiscale neutraliteit en de algemene beginselen van het recht van de Unie, waaronder met name het evenredigheids- en het rechtszekerheidsbeginsel, in acht te nemen. Het staat aan de verwijzende rechter om, rekening houdend met alle relevante omstandigheden rechtens en feitelijk, na te gaan of dat in het hoofdgeding het geval is en om in voorkomend geval de maatregelen te treffen die nodig zijn om de schadelijke gevolgen op te heffen van een toepassing van de betrokken bepalingen die in strijd is met het evenredigheids- en het rechtszekerheidsbeginsel.
(1) PB C 311 van 22.10.2011.
Full & Egal Universal Law Academy