23.11.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 344/10
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 26 september 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberlandesgericht Innsbruck — Oostenrijk) — TEXDATA Software GmbH
(Zaak C-418/11) (1)
(Vennootschapsrecht - Vrijheid van vestiging - Elfde richtlijn (89/666/EEG) - Openbaarmaking van boekhoudbescheiden - Bijkantoor van in andere lidstaat gevestigde kapitaalvennootschap - Geldboete bij verzuim van openbaarmaking binnen gestelde termijn - Recht op doeltreffende voorziening in rechte - Beginsel van eerbiediging van rechten van verdediging - Geschiktheid, doeltreffendheid, evenredigheid en afschrikkende werking van sanctie)
2013/C 344/14
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberlandesgericht Innsbruck
Partij in het hoofdgeding
TEXDATA Software GmbH
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Oberlandesgericht Innsbruck — Uitlegging van de artikelen 49 en 54 VWEU, de artikelen 47, tweede alinea, en 50 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het algemene beginsel van het recht op een doeltreffende voorziening in rechte, artikel 6 van de Eerste richtlijn (68/151/EEG) van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks teneinde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB L 65, blz. 8), artikel 60 bis van de Vierde richtlijn (78/660/EEG) van de Raad van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g, van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen, zoals gewijzigd (PB L 222, blz. 11), en artikel 38, lid 6, van de Zevende richtlijn (83/349/EEG) van de Raad van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g, van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening (PB L 193, blz. 1) — Openbaarmaking van de geconsolideerde jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen — Regeling van een lidstaat die bij verzuim om de geconsolideerde jaarrekening binnen negen maanden bij de bevoegde rechtbank neer te leggen, voorziet in een geldboete, zonder dat de organen van de vennootschap de gelegenheid hebben te worden gehoord
Dictum
Onder voorbehoud van de door de verwijzende rechter te verrichten verificaties moeten de artikelen 49 VWEU en 54 VWEU, de beginselen van een doeltreffende voorziening in rechte en van eerbiediging van de rechten van de verdediging en artikel 12 van de Elfde richtlijn (89/666/EEG) van de Raad van 21 december 1989 betreffende de openbaarmakingsplicht voor in een lidstaat opgerichte bijkantoren van vennootschappen die onder het recht van een andere staat vallen, aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale regeling als die in het hoofdgeding, volgens welke bij overschrijding van de termijn van negen maanden voor de openbaarmaking van de boekhoudbescheiden onmiddellijk een geldboete van minstens 700 EUR wordt opgelegd aan de kapitaalvennootschap met een bijkantoor in de betrokken lidstaat, zonder haar vooraf in gebreke te stellen en zonder haar de mogelijkheid te bieden om zich over de verweten inbreuk uit te spreken.
(1) PB C 331 van 12.11.2011.
Full & Egal Universal Law Academy