18.5.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 141/6
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 14 maart 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Městský soud v Praze — Tsjechische Republiek) — Česká spořitelna, a.s./Gerald Feichter
(Zaak C-419/11) (1)
(Verordening (EG) nr. 44/2001 - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken - Artikelen 5, punt 1, sub a, en 15, lid 1 - Begrippen „verbintenissen uit overeenkomst” en „overeenkomst gesloten door de consument” - Promesse aan order - Aval - Borgstelling voor kredietovereenkomst)
2013/C 141/08
Procestaal: Tsjechisch
Verwijzende rechter
Městský soud v Praze
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Česká spořitelna, a.s.
Verwerende partij: Gerald Feichter
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Městský soud v Praze — Uitlegging van de artikelen 5, punt 1, sub a, en 15, lid 1, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L 12, blz. 1) — Begrippen „verbintenis uit overeenkomst” en „overeenkomst gesloten door de consument” — Rechterlijke bevoegdheid om kennis te nemen van een geschil betreffende een wisselverbintenis van de beheerder van een onderneming, die een door die onderneming voor rekening van een bank ondertekende blanco promesse heeft geavaliseerd, als borgstelling van een kredietovereenkomst — Bepaling van de plaats van uitvoering van de verbintenis, aangezien de plaats van betaling aanvankelijk niet in de promesse was vermeld
Dictum
1)
Artikel 15, lid 1, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken moet aldus worden uitgelegd dat een natuurlijke persoon die met een vennootschap nauwe beroepsmatige banden heeft, zoals een bestuurder of een meerderheidsaandeelhouder, niet kan worden aangemerkt als consument in de zin van deze bepaling wanneer hij een promesse aan order voor aval tekent die is uitgegeven ter verzekering van de nakoming van de voor deze vennootschap uit een kredietovereenkomst voortvloeiende verbintenissen. Derhalve kan niet op grond van deze bepaling worden uitgemaakt welke rechter bevoegd is om kennis te nemen van een rechtsvordering waarbij de in een lidstaat gevestigde begunstigde van een promesse aan order de vorderingen krachtens deze promesse, die bij de ondertekening ervan onvolledig was en nadien is vervolledigd door de begunstigde, instelt tegen de in een andere lidstaat woonachtige avalgever.
2)
Op grond van artikel 5, punt 1, sub a, van verordening nr. 44/2001 kan worden bepaald welke rechter bevoegd is om kennis te nemen van een rechtsvordering waarbij de in een lidstaat gevestigde begunstigde van een promesse aan order de vorderingen krachtens deze promesse, die bij de ondertekening ervan onvolledig was en nadien is vervolledigd door de begunstigde, instelt tegen de in een andere lidstaat woonachtige avalgever.
(1) PB C 311 van 22.10.2011.
Full & Egal Universal Law Academy