23.11.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 344/10
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 26 september 2013 — Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland/Raad van de Europese Unie
(Zaak C-431/11) (1)
(Coördinatie van socialezekerheidsstelsels - EER-Overeenkomst - Voorstel van wijziging - Besluit van Raad - Keuze van rechtsgrondslag - Artikel 48 VWEU - Artikel 79, lid 2, sub b, VWEU)
2013/C 344/15
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (vertegenwoordigers: C. Murrell, gemachtigde, bijgestaan door A. Dashwood, QC)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: M. Veiga alsook A. De Elera en G. Marhic, gemachtigden)
Interveniënte aan de zijde van de verzoekende partij: Ierland (vertegenwoordigers: E. Creedon, gemachtigde, bijgestaan door N. Travers, BL)
Interveniënte aan de zijde van de verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: V. Kreuschitz en S. Pardo Quintillán, gemachtigden)
Voorwerp
Nietigverklaring van besluit 2011/407/EU van de Raad van 6 juni 2011 over het door de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt inzake een wijziging van bijlage VI (Sociale zekerheid) en Protocol 37 bij de EER-Overeenkomst (PB L 182, blz. 12) — Keuze van de rechtsgrondslag (art. 48 VWEU of art. 79 VWEU)
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen
2)
Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland wordt verwezen in de kosten.
3)
Ierland en de Europese Commissie zullen hun eigen kosten dragen.
(1) PB C 311 van 22.10.2011.
Full & Egal Universal Law Academy