1.6.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 156/8
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 11 april 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Rechtbank Amsterdam — Nederland) — F.P. Jeltes, M.A. Peeters, J.G.J. Arnold/Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(Zaak C-443/11) (1)
(Sociale zekerheid van migrerende werknemers - Artikel 45 VWEU - Verordening (EEG) nr. 1408/71 - Artikel 71 - Atypische grensarbeider die volledig werkloos is en privé en beroepsmatig banden in lidstaat van laatste werkzaamheden heeft behouden - Verordening (EG) nr. 883/2004 - Artikel 65 - Recht op uitkering in lidstaat van woonplaats - Weigering van betaling door lidstaat van laatste werkzaamheden - Toelaatbaarheid - Relevantie van arrest Hof van 12 juni 1986, Miethe (1/85) - Overgangsbepalingen - Artikel 87, lid 8 - Begrip „situatie (die) voortduurt”)
2013/C 156/12
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Rechtbank Amsterdam
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: F.P. Jeltes, M.A. Peeters, J.G.J. Arnold
Verwerende partij: Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Rechtbank Amsterdam — Uitlegging van artikel 45 VWEU, van artikel 7, lid 2, van verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap (PB L 257, blz. 2), van artikel 71 van verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB L 149, blz. 2) en van de artikelen 65 en 87, lid 8, van verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 166, blz. 1) — Volledig werkloze grensarbeider — Recht op uitkeringen in de woonlidstaat — Werknemer die in de lidstaat waarin hij zijn laatste werkzaamheden verrichtte, persoonlijke en professionele contacten heeft behouden en daar over betere kansen op re-integratie in het arbeidsproces beschikt — Lidstaat die krachtens zijn nationale wettelijke regeling en op de enkele grond van het wonen op het grondgebied van een andere lidstaat weigert om deze werknemer een werkloosheidsuitkering toe te kennen
Dictum
1)
Ten gevolge van de inwerkingtreding van verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 988/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009, moeten de bepalingen van artikel 65 van deze verordening niet tegen de achtergrond van het arrest van het Hof van 12 juni 1986, Miethe (1/85), worden uitgelegd. Met betrekking tot een volledig werkloze grensarbeider die met de lidstaat van zijn laatste werkzaamheden privé en beroepsmatig zodanige banden heeft behouden dat hij in die staat de beste kansen op re-integratie in het beroepsleven heeft, moet dit artikel 65 aldus worden begrepen dat het toestaat dat een dergelijke werknemer zich tevens ter beschikking stelt van de diensten voor arbeidsbemiddeling van die staat, niet om in deze staat een werkloosheidsuitkering te ontvangen, maar alleen om er ondersteuning bij de re-integratie in het beroepsleven te krijgen.
2)
De regels betreffende het vrije verkeer van werknemers, die met name in artikel 45 VWEU zijn vervat, moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet eraan in de weg staan dat de lidstaat van de laatste werkzaamheden overeenkomstig zijn nationale recht weigert om aan een volledig werkloze grensarbeider die in die lidstaat de beste kansen op re-integratie in het beroepsleven heeft, een werkloosheidsuitkering toe te kennen op grond dat die werknemer niet op zijn grondgebied woont, aangezien volgens artikel 65 van verordening nr. 883/2004, zoals gewijzigd bij verordening nr. 988/2009, de wetgeving van de woonlidstaat van toepassing is.
3)
De bepalingen van artikel 87, lid 8, van verordening nr. 883/2004, zoals gewijzigd bij verordening nr. 988/2009, dienen te worden toegepast op volledig werkloze grensarbeiders die, gelet op de banden die zij in de lidstaat van hun laatste werkzaamheden hebben behouden, overeenkomstig artikel 71 van verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, zoals gewijzigd en bijgewerkt bij verordening (EG) nr. 118/97 van de Raad van 2 december 1996, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 592/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008, van deze lidstaat een werkloosheidsuitkering ontvangen op grond van de wetgeving van die lidstaat.
Het begrip „situatie [die] voortduurt” in de zin van artikel 87, lid 8, van verordening nr. 883/2004, zoals gewijzigd bij verordening nr. 988/2009, moet worden beoordeeld uit het oogpunt van de nationale socialezekerheidswetgeving. Het staat aan de nationale rechterlijke instantie, na te gaan of werknemers zoals Peeters en Arnold voldoen aan de in deze wetgeving gestelde voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op herleving van hun recht op betaling van de werkloosheidsuitkering die hun overeenkomstig artikel 71 van verordening nr. 1408/71, zoals gewijzigd en bijgewerkt bij verordening nr. 118/97, zoals gewijzigd bij verordening nr. 592/2008, op grond van die wetgeving was betaald.
(1) PB C 355 van 3.12.2011.
Full & Egal Universal Law Academy