29.9.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 295/16
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 19 juli 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Augstākās tiesas Senāts — Letland) — SIA Garkalns/Rīgas Dome
(Zaak C-470/11) (1)
(Artikel 49 EG - Beperkingen van vrijheid van dienstverrichting - Gelijke behandeling - Transparantieverplichting - Kansspelen - Casino’s, speelautomatenhallen en bingohallen - Verplichte voorafgaande toestemming van gemeente van vestigingsplaats - Beoordelingsbevoegdheid - Aanzienlijke aantasting van belangen van Staat en inwoners van betrokken administratief gebied - Rechtvaardigingsgronden - Evenredigheid)
2012/C 295/27
Procestaal: Lets
Verwijzende rechter
Augstākās tiesas Senāts
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: SIA Garkalns
Verwerende partij: Rīgas Dome
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Augstākās tiesas Senāts — Uitlegging van artikel 56 VWEU (artikel 49 EG) — Nationale wettelijke regeling die ter beperking van kansspelen voorziet in een vergunningsysteem voor het openen van casino’s, speelautomatenhallen en bingohallen — Weigering om een vergunning voor een speelautomatenhal te verlenen op grond dat het organiseren van kansspelen op de voorgenomen locatie het belang van de inwoners van de gemeente aanzienlijk zou schaden
Dictum
Artikel 49 EG moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een regeling van een lidstaat zoals die welke aan de orde is in het hoofdgeding, die de lokale autoriteiten een ruime beoordelingsbevoegdheid toekent door hun de mogelijkheid te geven de vergunning voor de opening van een casino, speelautomatenhal of bingohal te weigeren op grond van een „aanzienlijke aantasting van de belangen van de Staat en de inwoners van het betrokken administratieve gebied”, voor zover die regeling er daadwerkelijk toe strekt de gelegenheden tot spelen te verminderen en de activiteiten op dit gebied op samenhangende en stelselmatige wijze te beperken of de openbare orde te handhaven en voor zover de bevoegde autoriteiten hun beoordelingsbevoegdheid op transparante wijze uitoefenen, waardoor een controle van de onpartijdigheid van de vergunningprocedures mogelijk is; het staat aan de verwijzende rechter dit na te gaan.
(1) PB C 331 van 12.11.2011.
Full & Egal Universal Law Academy