27.10.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 331/12
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 6 september 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal Central Administrativo Sul — Portugal) — Portugal Telecom SGPS, SA/Fazenda Pública
(Zaak C-496/11) (1)
(Btw - Zesde richtlijn - Artikelen 17, lid 2, en 19 - Aftrek - Belasting die verschuldigd of voldaan is voor door holdingvennootschap verworven diensten - Diensten die rechtstreeks, onmiddellijk en ondubbelzinnig verband houden met belaste handelingen in later stadium)
2012/C 331/18
Procestaal: Portugees
Verwijzende rechter
Tribunal Central Administrativo Sul
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Portugal Telecom SGPS, SA
Verwerende partij: Fazenda Pública
in tegenwoordigheid van: Ministério Público
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tribunal Central Administrativo Sul — Uitlegging van artikel 17, lid 2, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1) — Aftrek — Belasting die over door een holdingvennootschap ontvangen diensten verschuldigd is of voldaan is — Diensten die rechtstreeks, onmiddellijk en ondubbelzinnig verband houden met in een later stadium belaste handelingen
Dictum
Artikel 17, leden 2 en 5, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, moet aldus worden uitgelegd dat een holdingvennootschap als die in het hoofdgeding die bijkomstig bij haar hoofdactiviteit bestaande in het beheer van deelnemingen in vennootschappen waarin zij geheel of ten dele het maatschappelijk kapitaal in handen heeft, goederen en diensten verwerft die zij vervolgens aan deze vennootschappen in rekening brengt, het bedrag aan voorbelasting kan aftrekken op voorwaarde dat de in een eerder stadium verworven diensten rechtstreeks en onmiddellijk verband houden met economische handelingen in een later stadium waarvoor recht op aftrek bestaat. Wanneer deze goederen en diensten door de holdingvennootschap worden gebruikt zowel voor economische handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat als voor economische handelingen waarvoor geen recht op aftrek bestaat, is aftrek slechts toelaatbaar voor het gedeelte van de belasting over de toegevoegde waarde dat evenredig is aan het bedrag van eerstbedoelde handelingen en mag de nationale belastingdienst een van de in dat artikel 17, lid 5, opgesomde methoden voor vaststelling van het recht op aftrek toepassen. Wanneer deze goederen en diensten zowel voor economische activiteiten als voor andere dan economische activiteiten worden gebruikt, is artikel 17, lid 5, van de Zesde richtlijn (77/388) niet van toepassing en worden de methoden voor aftrek en verdeling bepaald door de lidstaten, die bij de uitoefening van deze bevoegdheid rekening moeten houden met het doel en de systematiek van de Zesde richtlijn (77/388) en daarbij een berekeningsmethode moeten bepalen die objectief weergeeft welk deel van de in een eerder stadium gedane kosten werkelijk toe te rekenen is aan elk van deze twee activiteiten.
(1) PB C 362 van 10.12.2011.
Full & Egal Universal Law Academy