3.8.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 225/11
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 8 mei 2013 — ENI SpA/Europese Commissie
(Zaak C-508/11 P) (1)
(Hogere voorziening - Mededinging - Mededingingsregelingen - Markt van butadieenrubber en van door polymerisatie in emulsie verkregen styreen-butadieenrubber - Toerekenbaarheid van inbreuk opleverende gedraging van dochterondernemingen aan hun moedermaatschappijen - Vermoeden van daadwerkelijke uitoefening van beslissende invloed - Motiveringsplicht - Zwaarte van inbreuk - Vermenigvuldigingscoëfficiënt ter afschrikking - Concrete weerslag op markt - Verzwarende omstandigheden - Recidive)
2013/C 225/17
Procestaal: Italiaans
Partijen
Rekwirante: ENI SpA (vertegenwoordigers: G. M. Roberti en I. Perego, avvocati)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie (vertegenwoordigers: V. Di Bucci, G. Conte en L. Malferrari, gemachtigden)
Voorwerp
Hogere voorziening ingesteld tegen het arrest van het Gerecht (Eerste kamer) van 13 juli 2011, ENI/Commissie (T-39/07), waarbij het Gerecht ten dele heeft afgewezen de vordering strekkende tot nietigverklaring van beschikking C(2006) 5700 def. van de Commissie van 29 november 2006 inzake een procedure op grond van artikel 81 [EG] en artikel 53 van de EER-Overeenkomst (zaak COMP/F/38.638 — Butadieenrubber en door polymerisatie in emulsie verkregen styreen-butadieenrubber), voor zover deze betrekking had op Eni SpA, of, subsidiair, tot nietigverklaring of verlaging van de aan Eni opgelegde geldboete — Bewijs van de inbreuk — Toerekening van het inbreuk opleverende gedrag — Ontbreken van motivering
Dictum
1)
De principale en de incidentele hogere voorziening worden afgewezen.
2)
Eni SpA wordt verwezen in de op de principale hogere voorziening gevallen kosten.
3)
De Europese Commissie wordt verwezen in de op de incidentele hogere voorziening gevallen kosten.
(1) PB C 340 van 19.11.2011.
Full & Egal Universal Law Academy