3.8.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 225/13
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 8 mei 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Upper Tribunal (Immigration and Asylum Chamber) London — Verenigd Koninkrijk) — Olaitan Ajoke Alarape, Olukayode Azeez Tijani/Secretary of State for the Home Department
(Zaak C-529/11) (1)
(Vrij verkeer van personen - Verordening (EEG) nr. 1612/68 - Artikel 12 - Echtgenoot die gescheiden is van staatsburger van lidstaat die in andere lidstaat heeft gewerkt - Meerderjarig kind dat zijn opleiding voortzet in gastland - Verblijfsrecht voor ouder die staatsburger van derde land is - Richtlijn 2004/38/EG - Artikelen 16 tot en met 18 - Duurzaam verblijfsrecht van familieleden van burger van Unie die niet nationaliteit van lidstaat hebben - Legaal verblijf - Verblijf op basis van bedoeld artikel 12)
2013/C 225/20
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
Upper Tribunal (Immigration and Asylum Chamber) London
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Olaitan Ajoke Alarape, Olukayode Azeez Tijani
Verwerende partij: Secretary of State for the Home Department
In tegenwoordigheid van: AIRE Centre
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Upper Tribunal (Immigration and Asylum Chamber) London — Uitlegging van artikel 12 van verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap (PB L 257, blz. 2) — Verblijfsrecht van een onderdaan van een derde land die het ouderlijk gezag heeft gehad over haar kind, dat ouder is dan 21 jaar en in het gastland studeert, na haar scheiding van een derdelander die zijn recht van vrij verkeer heeft uitgeoefend — Begrip „ouder die daadwerkelijk instaat voor de verzorging” van een kind — Beoordelingscriteria
Dictum
1)
De ouder van een meerderjarig geworden kind dat toegang tot het onderwijs had gekregen krachtens artikel 12 van verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap, zoals gewijzigd bij richtlijn 2004/38/EG van het Europees parlement en de Raad van 29 april 2004, kan krachtens dat artikel een afgeleid verblijfsrecht blijven genieten indien het kind de aanwezigheid en de zorg van die ouder nodig blijft hebben om zijn opleiding te kunnen voortzetten en voltooien. Het staat aan de verwijzende rechter om dit, rekening gehouden met alle omstandigheden van de bij hem aanhangige zaak, te beoordelen.
2)
De perioden van verblijf in een gastland die door familieleden van een burger van de Unie die niet de nationaliteit van een lidstaat hebben, louter krachtens artikel 12 van verordening nr. 1612/68, zoals gewijzigd bij richtlijn 2004/38, zijn vervuld, zonder dat aan de voorwaarden voor een verblijfsrecht krachtens die richtlijn was voldaan, kunnen niet in aanmerking worden genomen voor de verwerving van het duurzaam verblijfsrecht in de zin van die richtlijn door die familieleden.
(1) PB C 370 van 17.12.2011.
Full & Egal Universal Law Academy