12.1.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 9/21
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 15 november 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberlandesgericht Köln — Duitsland) — Susanne Leichenich/Ansbert Peffekoven en Ingo Horeis
(Zaak C-532/11) (1)
(Richtlijn 77/388/EEG - Btw - Vrijstellingen - Artikel 13, B, sub b - Verpachting en verhuur van onroerende zaken - Woonboot zonder eigen aandrijving die permanent aan rivieroever ligt - Verhuur van woonboot met bijbehorende aanlegsteiger, grond en water - Uitsluitend bestemd om duurzaam te worden gebruikt als restaurant/discotheek - Eén enkele prestatie)
2013/C 9/33
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberlandesgericht Köln
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Susanne Leichenich
Verwerende partijen: Ansbert Peffekoven en Ingo Horeis
in tegenwoordigheid van: Dr. Leyh, Dr. Kossow & Dr. Ott KG, Wirtschaftsprüfungsgesellschaft, Steuerberatungsgesellschaft
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Oberlandesgericht Köln — Uitlegging van artikel 13, B, sub b, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1) — Reikwijdte van de btw-vrijstelling van deze bepaling voor verpachting en verhuur van onroerende zaken — Verpachting van water en van een vaartuig bestemd voor commercieel gebruik als restaurant en discotheek
Dictum
1)
Artikel 13, B, sub b, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, moet aldus worden uitgelegd dat het begrip verpachting en verhuur van onroerende goederen de verhuur omvat van een woonboot, met de bijbehorende ligplaats en aanlegsteiger, die aan de oever en de bodem van een rivier is vastgemaakt met kabels die niet gemakkelijk kunnen worden losgemaakt, op een afgebakende en identificeerbare ligplaats in het rivierwater ligt en blijkens de bewoordingen van de huurovereenkomst uitsluitend bestemd is om aldaar duurzaam te worden gebruikt als restaurant/discotheek. Die verhuur is één enkele vrijgestelde prestatie waarbij geen onderscheid hoeft te worden gemaakt tussen de verhuur van de woonboot en de verhuur van de aanlegsteiger.
2)
Een dergelijke woonboot is geen voertuig in de zin van artikel 13, B, sub b, punt 2, van de Zesde richtlijn (77/388).
(1) PB C 25 van 28.1.2012.
Full & Egal Universal Law Academy