2.3.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 63/5
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 17 januari 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden — Nederland) — Woningstichting Maasdriel/Staatssecretaris van Financiën
(Zaak C-543/11) (1)
(Belasting over toegevoegde waarde - Richtlijn 2006/112/EG - Artikel 135, lid 1, sub k, juncto artikel 12, leden 1 en 3 - Onbebouwde grond - Bouwterrein - Begrippen - Sloopwerkzaamheden met oog op toekomstige bebouwing - Btw-vrijstelling)
2013/C 63/07
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hoge Raad der Nederlanden
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Woningstichting Maasdriel
Verwerende partij: Staatssecretaris van Financiën
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Hoge Raad der Nederlanden — Uitlegging van artikel 135, lid 1, punt k, juncto artikel 12, leden 1 en 3, van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1) — In de richtlijn voorziene vrijstellingen — Levering van onbebouwd terrein
Dictum
Artikel 135, lid 1, sub k, juncto artikel 12, leden 1 en 3, van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, moet aldus worden uitgelegd dat de levering van een onbebouwd terrein, zoals die welke aan de orde is in het hoofdgeding, na de sloop van het op dat terrein staande gebouw, niet onder de in eerstgenoemde bepaling voorziene vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde valt, zelfs indien er op de datum van die levering nog geen voorzieningen zijn getroffen voor dit terrein, anders dan bovenvermelde sloop, wanneer uit een globale beoordeling van de omstandigheden waarmee de in het hoofdgeding aan de orde zijnde handeling gepaard ging en die heersten op de datum van de levering — met inbegrip van de intentie van partijen, mits deze wordt ondersteund door objectieve gegevens — blijkt dat op die datum het betrokken terrein daadwerkelijk bestemd was om te worden bebouwd, hetgeen ter beoordeling van de verwijzende rechter staat.
(1) PB C 25 van 28.1.2012.
Full & Egal Universal Law Academy