3.8.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 225/16
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 30 mei 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de Primera Instancia no 12 de Madrid — Spanje) — Genil 48 SL, Comercial Hostelera de Grandes Vinos SL/Bankinter SA, Banco Bilbao Vizcaya Argentaria SA
(Zaak C-604/11) (1)
(Richtlijn 2004/39/EG - Markten voor financiële instrumenten - Artikel 19 - Bij verrichten van beleggingsdiensten voor cliënten in acht te nemen gedragsregels - Beleggingsadvies - Andere beleggingsdiensten - Verplichting om geschiktheid of passendheid van te verrichten dienst te beoordelen - Contractuele gevolgen van niet-nakoming van deze verplichting - Als onderdeel van financieel product aangeboden beleggingsdienst - Swapovereenkomsten („swaps”) ter bescherming tegen schommelingen van rentevoeten van financiële producten)
2013/C 225/25
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado de Primera Instancia no 12 de Madrid
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Genil 48 SL, Comercial Hostelera de Grandes Vinos SL
Verwerende partijen: Bankinter SA, Banco Bilbao Vizcaya Argentaria SA
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Juzgado de Primera Instancia no 12 de Madrid — Uitlegging van de artikelen 4, lid 1, punt 1, en 19, leden 4, 5 en 9 van richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van richtlijn 93/22/EEG van de Raad (PB L 145, blz. 1) — Swapovereenkomsten ter dekking van het risico van wijziging van de rentevoeten van andere financiële producten — Geschiktheidstoets
Dictum
1)
Artikel 19, lid 9, van richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van richtlijn 93/22/EEG van de Raad, moet aldus worden uitgelegd dat, enerzijds, een beleggingsdienst slechts dan wordt aangeboden als onderdeel van een financieel product indien hij een integrerend onderdeel ervan is op het ogenblik waarop dat financieel product aan de cliënt wordt aangeboden, en, anderzijds, de bepalingen van de wetgeving van de Unie en de gemeenschappelijke Europese normen waarnaar deze bepaling verwijst, een risicobeoordeling van de cliënten mogelijk moeten maken en/of informatievereisten moeten bevatten die tevens zien op de beleggingsdienst die een integrerend onderdeel van het betrokken financieel product uitmaakt, opdat de verplichtingen van dat artikel 19 niet meer voor deze dienst gelden.
2)
Artikel 4, lid 1, punt 4, van richtlijn 2004/39 moet aldus worden uitgelegd dat het aanbieden van een swap aan een cliënt ter dekking van het risico van wijziging van de rentevoet van een financieel product waarop deze cliënt heeft ingetekend, een beleggingsdienst vormt als omschreven in deze bepaling, voor zover de aanbeveling betreffende de intekening op een dergelijke swap aan deze cliënt wordt gedaan in diens hoedanigheid van belegger, zij wordt voorgesteld als een aanbeveling die geschikt is voor die cliënt of op een afweging van diens persoonlijke omstandigheden berust en zij niet uitsluitend wordt gedaan via distributiekanalen of bestemd is voor het publiek.
3)
Het is een aangelegenheid van het interne recht van elke lidstaat om — met inachtneming van het gelijkwaardigheids- en het doeltreffendheidsbeginsel — de contractuele gevolgen vast te stellen die moeten worden verbonden aan de niet-nakoming van de beoordelingsvereisten van artikel 19, leden 4 en 5, van richtlijn 2004/39 door een beleggingsonderneming die een beleggingsdienst aanbiedt.
(1) PB C 32 van 4.2.2012.
Full & Egal Universal Law Academy