9.11.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 325/4
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 12 september 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberste Gerichtshof — Oostenrijk) — Niederösterreichische Landes-Landwirtschaftskammer/Anneliese Kuso
(Zaak C-614/11) (1)
(Sociale politiek - Gelijke behandeling van mannen en vrouwen - Richtlijn 76/207/EEG - Vóór toetreding van lidstaat gesloten arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd - Beëindiging van overeenkomst na toetreding - Arbeidsvoorwaardenregeling volgens welke overeenkomst eindigt op laatste dag van jaar waarin pensioenleeftijd wordt bereikt - Verschillende leeftijd voor mannen en vrouwen)
2013/C 325/06
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberster Gerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Niederösterreichische Landes-Landwirtschaftskammer
Verwerende partij: Anneliese Kuso
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Oberster Gerichtshof — Uitlegging van artikel 3, lid 1, sub a en c, van richtlijn 76/207/EEG van de Raad van 9 februari 1976 betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden (PB L 39, blz. 40), zoals gewijzigd bij richtlijn 2002/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 (PB L 269, blz. 15) — Arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd tussen een instelling van een lidstaat en haar werknemers, die zijn gesloten vóór de toetreding van deze staat tot de Europese Unie en volgens welke de overeenkomsten eindigen op de laatste dag van het jaar waarin een mannelijke werknemer de leeftijd van 65 jaar bereikt en een vrouwelijke werknemer de leeftijd van 60 jaar
Dictum
Artikel 3, lid 1, sub c, van richtlijn 76/207/EEG van de Raad van 9 februari 1976 betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, zoals gewijzigd bij richtlijn 2002/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002, moet aldus worden uitgelegd dat een nationale regeling zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die bestaat uit een arbeidsvoorwaardenregeling die integrerend deel uitmaakt van een vóór de toetreding van de betrokken lidstaat tot de Europese Unie gesloten arbeidsovereenkomst, volgens welke de arbeidsverhouding eindigt bij het bereiken van de pensioenleeftijd, die verschilt naargelang de werknemer een man of een vrouw is, een door de richtlijn verboden directe discriminatie oplevert wanneer de betrokken werknemer deze leeftijd bereikt na deze toetreding.
(1) PB C 80 van 17.3.2012.
Full & Egal Universal Law Academy