3.8.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 225/19
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 30 mei 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Curtea de Apel Oradea — Roemenië) — Scandic Distilleries SA/Direcția Generală de Administrare a Marilor Contribuabili
(Zaak C-663/11) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Richtlijn 92/12/EEG - Accijns - Producten, uitgeslagen tot verbruik in lidstaat waar accijns is voldaan - Zelfde producten vervoerd naar andere lidstaat waar accijns ook is voldaan - Verzoek om teruggaaf van in eerste lidstaat voldane accijns - Weigering omdat verzoek niet vóór verzending van goederen is ingediend - Verenigbaarheid met Unierecht)
2013/C 225/32
Procestaal: Roemeens
Verwijzende rechter
Curtea de Apel Oradea
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Scandic Distilleries SA
Verwerende partij: Direcția Generală de Administrare a Marilor Contribuabili
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Curtea de Apel Oradea — Uitlegging van de artikelen 7 en 22, lid 2, sub a, van richtlijn 92/12/EEG van de Raad van 25 februari 1992 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop (PB L 76, blz. 1) — Weigering van nationale autoriteiten om accijns terug te betalen die werd geheven op in een andere lidstaat tot verbruik uitgeslagen producten — Niet-naleving van de verplichting van de afzender om vóór de verzending van de goederen de aanvraag om terugbetaling van de accijns bij de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat in te dienen — Nationale wettelijke regeling op grond waarvan een reeks documenten moet worden overgelegd die pas na de levering van de goederen kunnen worden verstrekt — Regelmatigheidscriteria die strenger zijn dan de algemene termijn van vijf jaar voor elk verzoek om terugbetaling — Verval van het recht van het bedrijf om terugbetaling te verkrijgen — Verenigbaarheid met de beginselen van fiscale neutraliteit, gelijkwaardigheid en doeltreffendheid
Dictum
Artikel 22, leden 1 tot en met 3, van richtlijn 92/12/EEG van de Raad van 25 februari 1992 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop, zoals gewijzigd bij richtlijn 92/108/EEG van de Raad van 14 december 1992, moet aldus worden uitgelegd dat, wanneer in een lidstaat tot verbruik uitgeslagen accijnsproducten na voldoening van de accijns in die lidstaat zijn vervoerd naar een andere lidstaat, waar deze producten aan accijns zijn onderworpen en de accijns ook is voldaan, een verzoek om teruggaaf van de in de lidstaat van vertrek voldane accijns niet kan worden afgewezen alleen op grond dat dit verzoek niet vóór de verzending van deze producten is ingediend, maar moet worden beoordeeld op basis van lid 3 van dit artikel. Wanneer de accijns in de lidstaat van bestemming niet is voldaan, kan een dergelijk verzoek daarentegen worden afgewezen op grond van de leden 1 en 2 van dit artikel.
(1) PB C 89 van 24.3.2012.
Full & Egal Universal Law Academy