4.8.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 235/4
Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 23 maart 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal d’instance de Paris — Frankrijk) — Thomson Sales Europe SA/Administration des douanes (Direction Nationale du Renseignement et des Enquêtes douanières)
(Zaak C-348/11) (1)
(Artikelen 92, lid 1, en 103, lid 1, van Reglement voor procesvoering - Kennelijke niet-ontvankelijkheid - Artikel 104, lid 3, tweede alinea, van Reglement voor procesvoering - Antwoord dat geen enkele ruimte voor redelijke twijfel laat - Prejudiciële verwijzing - Geldigheidsbeoordeling - Gemeenschappelijke handelspolitiek - Dumping - Invoer van in Thailand gefabriceerde televisietoestellen - Geldigheid van onderzoek van Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) - Geldigheid van verordeningen (EEG) nrs. 710/95 en 2584/98)
2012/C 235/06
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Tribunal d’instance de Paris
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Thomson Sales Europe SA
Verwerende partij: Administration des douanes (Direction Nationale du Renseignement et des Enquêtes douanières)
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tribunal d’instance de Paris — Geldigheid van verordening (EG) nr. 710/95 van de Raad van 27 maart 1995 tot instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de invoer van ontvangtoestellen voor kleurentelevisie van oorsprong uit Maleisië, de Volksrepubliek China, de Republiek Korea, Singapore en Thailand en tot definitieve inning van het voorlopige recht (PB L 73, blz. 3) — Geldigheid van verordening (EG) nr. 2584/98 van de Raad van 27 november 1998 tot wijziging van de reeds aangehaalde verordening (EG) nr. 710/95 (PB L 324, blz. 1) — Verordeningen waarin voor de berekening van de gewogen gemiddelde dumpingmarge de „nulmarge”-methode wordt toegepast — Geldigheid van het onderzoek van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) inzake de oorsprong van televisietoestellen
Dictum
Bij onderzoek van de vierde en de vijfde vraag is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid kunnen aantasten van verordening (EG) nr. 710/95 van de Raad van 27 maart 1995 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van ontvangtoestellen voor kleurentelevisie van oorsprong uit Maleisië, de Volksrepubliek China, de Republiek Korea, Singapore en Thailand en tot definitieve inning van het voorlopige recht en verordening (EG) nr. 2584/98 van de Raad van 27 november 1998 tot wijziging van verordening nr. 710/95.
(1) PB C 282 van 24.9.2011.
Full & Egal Universal Law Academy