6.10.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 303/5
Beschikking van het Hof (Derde kamer) van 12 juli 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunale ordinario di Brescia — Italië) — Gennaro Currà e.a./Bundesrepublik Deutschland
(Zaak C-466/11) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Artikel 92, lid 1, van Reglement voor de procesvoering - Vordering van slachtoffers van moordpartijen tegen lidstaat in zijn hoedanigheid van verantwoordelijke voor handelingen die zijn strijdkrachten in oorlogstijd hebben gesteld - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Kennelijke onbevoegdheid van Hof)
2012/C 303/08
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Tribunale ordinario di Brescia
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Gennaro Currà, Nadia Orlandi erfgenaam van Aldo Orlandi, Renzo Ciro Malago erfgenaam van Federico Malago, Ruberto Ezecchia, Camillo Turchetti, Franco Forni, Ilva Morselli erfgenaam van Ermenegildo Morselli, Elisa Ghisolfi en Anna Ghisolfi mede-erfgenaam van Luca Ghisolfi, Primo Zelioli, Francesco Perondi, Anna Furgeri erfgenaam van Agide Furgeri, Elena Penzani en Gian Luigi Penzani mede-erfgenaam van Carlo Penzani, Renato Mortari, Ada Zaccaria erfgenaam van Sigifredo Zaccaria, Erino Alberti, Gabriella Boccaletti erfgenaam van Mario Boccaletti, Rita Boccasanta erfgenaam van Ernesto Boccasanta, Alberto Borelli, Pierantonio Foresti erfgenaam van Franco Foresti, Irmo Sancassiani, Ennio Mischi erfgenaam van Aldo Mischi, Graziano Broglia erfgenaam van Rosolino Broglia, Alba Spinella en Maria Raffaella Spinella mede-erfgenaam van Vincenzo Rocco Spinella, Giuseppe Ferri, Alessandra Fontanabona erfgenaam van Giulio Fontanabona, Luciana, Mariuccia en Giulietta Pedratti mede-erfgenaam van Carlo Pedratti, Raffaele Colucci
Verwerende partij: Bundesrepublik Deutschland
in tegenwoordigheid van: Repubblica italiana
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tribunale ordinario di Brescia — Uitlegging van de artikelen 3 VWEU, 4, lid 3, VWEU, 6 VWEU en 21 VWEU en van de artikelen 17, 47 en 52 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie — Misdaden tegen de menselijkheid — Vordering ingesteld door slachtoffers van moordpartijen tegen een lidstaat, in zijn hoedanigheid van verantwoordelijke voor de handelingen die zijn strijdkrachten in oorlogstijd hebben gesteld — Recht van de slachtoffers op schadevergoeding — Toelaatbaarheid van de verjaring van dat recht — Toelaatbaarheid van de immuniteit van rechtsmacht van de betrokken lidstaat
Dictum
Het Hof van Justitie van de Europese Unie is kennelijk onbevoegd om uitspraak te doen over het verzoek van het Tribunale ordinario di Brescia (Italië) om een prejudiciële beslissing.
(1) PB C 347 van 26.11.2011.
Full & Egal Universal Law Academy