1.6.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 156/16
Beschikking van het Hof (Derde kamer) van 21 maart 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Giudice di pace di Lecce — Italië) — Strafzaak tegen Abdoul Khadre Mbaye
(Zaak C-522/11) (1)
(Artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering - Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht - Richtlijn 2008/115/EG - Gemeenschappelijke normen en procedures voor terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal verblijven - Nationale regeling die illegaal verblijf met strafsancties bedreigt)
2013/C 156/25
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Giudice di pace di Lecce
Partij in de strafzaak
Abdoul Khadre Mbaye
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Ufficio del Giudice di Pace Lecce — Uitlegging van artikel 2, lid 2, sub b, alsook de artikelen 6, 7 en 8 van richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348, blz. 98) — Nationale regeling die in een geldboete van 5 000 tot 10 000 EUR voorziet voor de vreemdeling die het nationale grondgebied illegaal is binnengekomen en daar illegaal verblijft — Toelaatbaarheid van het strafbare feit van illegaal verblijf — Toelaatbaarheid van de onmiddellijke uitzetting voor een periode van tenminste vijf jaar als vervanging voor de geldboete
Dictum
1)
Onderdanen van derde landen die zijn vervolgd of veroordeeld voor het strafbare feit van illegaal verblijf als voorzien in de regeling van een lidstaat, kunnen niet louter vanwege dit strafbare feit van illegaal verblijf, krachtens artikel 2, lid 2, sub b, ervan, aan de werkingssfeer van richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven, worden onttrokken.
2)
Richtlijn 2008/115 verzet zich niet tegen de regeling van een lidstaat als die in het hoofgeding, die het illegaal verblijf van onderdanen van derde landen bestraft met een geldboete die door een uitwijzingsbevel kan worden vervangen, mits van deze mogelijkheid tot vervanging slechts gebruik kan worden gemaakt wanneer de betrokkene zich in een van de situaties bedoeld in artikel 7, lid 4, van die richtlijn bevindt.
(1) PB C 370 van 17.12.2011.
Full & Egal Universal Law Academy