5.5.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 133/13
Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 9 februari 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado Contencioso-Administrativo no 4 de Valladolid — Spanje) — María Jesús Lorenzo Martínez/Junta de Castilla y León, Dirección General de Recursos Humanos de la Consejería de Educación
(Zaak C-556/11) (1)
(Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van het Reglement voor de procesvoering - Sociale politiek - Richtlijn 1999/70/EG - Clausule 4, punt 1, van door EVV, UNICE en CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd - Arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd in overheidssector - Niet-universitair onderwijs - Recht op zesjaarlijkse toelagen voor permanente educatie - Uitsluiting van als ambtenaren in tijdelijke dienst tewerkgestelde leraren - Non-discriminatiebeginsel)
2012/C 133/23
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado Contencioso-Administrativo no 4 de Valladolid
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: María Jesús Lorenzo Martínez
Verwerende partij: Junta de Castilla y León, Dirección General de Recursos Humanos de la Consejería de Educación
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Juzgado Contencioso-Administrativo de Valladolid — Uitlegging van clausule 4 van de bijlage bij richtlijn 1999/70/EG van de Raad van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (PB L 175, blz. 43) — Non-discriminatiebeginsel — Toekenning van zesjaarlijkse toelage voor permanente educatie aan onderwijzend personeel — Uitsluitende toekenning aan ambtenaren in vaste dienst
Dictum
Clausule 4, punt 1, van de op 18 maart 1999 gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die is opgenomen in de bijlage bij richtlijn 1999/70/EG van de Raad van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, moet in die zin worden uitgelegd dat zij zich verzet tegen een nationale regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die zonder objectieve rechtvaardiging het recht op een zesjaarlijkse toelage voor permanente educatie uitsluitend aan als ambtenaren in vaste dienst tewerkgestelde leraren toekent, met uitsluiting van als ambtenaren in tijdelijke dienst tewerkgestelde leraren, wanneer deze twee categorieën werknemers zich met betrekking tot de toekenning van deze toelage in een vergelijkbare situatie bevinden.
(1) PB C 25 van 28.01.2010.
Full & Egal Universal Law Academy