12.1.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 9/23
Beschikking van het Hof (Eerste kamer) van 4 oktober 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen — België) — Pelckmans Turnhout NV/Walter Van Gastel Balen NV, Walter Van Gastel NV, Walter Van Gastel Schoten NV, Walter Van Gastel Lifestyle NV
(Zaak C-559/11) (1)
(Artikelen 92, lid 1, 103, lid 1, en 104, lid 3, eerste alinea, van het Reglement voor de procesvoering - Richtlijn 2005/29/EG - Oneerlijke handelspraktijken - Nationale regeling volgens welke een vestiging geen zeven dagen per week open mag zijn)
2013/C 9/38
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Rechtbank van Koophandel te Antwerpen
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Pelckmans Turnhout NV
Verwerende partijen: Walter Van Gastel Balen NV, Walter Van Gastel NV, Walter Van Gastel Schoten NV, Walter Van Gastel Lifestyle NV
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Rechtbank van Koophandel te Antwerpen — Uitlegging van de artikelen 34 VWEU, 35 VWEU, 49 VWEU en 56 VWEU en van richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) (PB L 149, blz. 22) — Begrip handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten — Dagelijkse opening van een vestiging en publiciteit die aan deze praktijk wordt gegeven
Dictum
Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („richtlijn oneerlijke handelspraktijken”), moet aldus worden uitgelegd dat zij niet van toepassing is op een nationale wettelijke regeling, zoals die welke aan de orde is in het hoofdgeding, die niet de bescherming van de consument beoogt.
(1) PB C 32 van 4.2.2012.
Full & Egal Universal Law Academy