23.2.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 55/2
Beschikking van het Hof (Vierde kamer) van 13 december 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Commissione tributaria provinciale di Parma — Italië) — Danilo Debiasi/Agenzia delle Entrate Ufficio di Parma
(Zaak C-560/11) (1)
(Artikelen 53, lid 2, en 94 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Kennelijke niet-ontvankelijkheid - Artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering - Antwoord dat elke redelijke twijfel wegneemt - Fiscale bepalingen - Btw - Artikel 17, lid 2, sub a, van de Zesde btw-richtlijn - Aftrek van voorbelasting - Openbare of particuliere gezondheidsinrichtingen die vrijgestelde activiteit verrichten - Nationale wettelijke regeling waarbij aftrek van belasting over aankoop van goederen of diensten die worden gebruikt voor vrijgestelde activiteiten, wordt uitgesloten - Pro rata van aftrek)
2013/C 55/02
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Commissione tributaria provinciale di Parma
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Danilo Debiasi
Verwerende partij: Agenzia delle Entrate Ufficio di Parma
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Commissione tributaria provinciale di Parma — Uitlegging van artikel 17, lid 2, sub a, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1) — Aftrek van voorbelasting — Openbare of particuliere gezondheidsinrichtingen die een vrijgestelde activiteit verrichten — Nationale wettelijke regeling waarbij de aftrek van de belasting over de aankoop van goederen of diensten die voor die vrijgestelde activiteiten worden gebruikt, wordt uitgesloten
Dictum
Artikel 17, leden 2 en 5, en artikel 19 van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale wettelijke regeling zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die niet toestaat dat de voorbelasting over de aankoop van goederen en diensten die worden gebruikt ten behoeve van vrijgestelde activiteiten, wordt afgetrokken, en die dan ook bepaalt dat het recht van een gemengde belastingplichtige op aftrek van deze belasting wordt berekend op basis van een pro rata dat overeenkomt met de verhouding tussen het bedrag van de verrichtingen waarvoor recht op aftrek bestaat en het totale bedrag van de in de loop van het jaar verrichte handelingen, daaronder begrepen de vrijgestelde medisch-sanitaire prestaties.
(1) PB C 25 van 28.1.2012.
Full & Egal Universal Law Academy