Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 4 oktober 2012 –
Commissie/België
(Zaak C-391/11)
„Niet-nakoming – Richtlijn 2000/53/EG – Artikel 2, punt 3 – Milieubescherming – Autowrakken – Begrip producent”
1. Beroep wegens niet-nakoming – Inleidend verzoekschrift – Uiteenzetting van bezwaren en middelen – Vormvereisten – Aanwijzing van betrokken nationale bepalingen in met redenen omkleed advies, maar niet in verzoekschrift – Ontvankelijkheid (Art. 258 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 21, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 38, lid 1, sub c) (cf. punten 23, 24, 26, 27)
2. Handelingen van de instellingen – Richtlijnen – Uitvoering door lidstaten – Gebruik maatregelen van regionale of plaatselijke overheden – Toelaatbaarheid – Grenzen – Vaststelling van regionale definitie van door richtlijn bedoeld begrip – Geen belemmering van verwezenlijking van doelstellingen van richtlijn – Toelaatbaarheid (Art. 288, derde alinea, VWEU; richtlijn 2000/53 van het Europees Parlement en de Raad, art. 2, punt 3) (cf. punten 31, 32, 34, 41)
Voorwerp
Niet-nakoming – Verzuim om binnen de gestelde termijnen de bepalingen vast te stellen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de artikelen 2, punten 1 en 3, en 5, leden 1, 2 en 4, van richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PB L 269, blz. 34) – Begrippen „voertuig” en „producent” – Kosteloosheid van de overdracht van autowrakken afhankelijk gesteld van niet in de richtlijn genoemde voorwaarden
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
De Europese Commissie en het Koninkrijk België dragen elk hun eigen kosten.
Full & Egal Universal Law Academy