25.6.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 186/12
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberste Gerichtshof (Oostenrijk) op 21 maart 2011 — Compass-Datenbank GmbH/Republiek Oostenrijk
(Zaak C-138/11)
2011/C 186/20
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberster Gerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Compass-Datenbank GmbH
Verwerende partij: Republiek Oostenrijk
Andere partij: Bundeskartellanwalt, Bundeswettbewerbsbehörde
Prejudiciële vragen
1)
Moet artikel 102 VWEU aldus worden uitgelegd dat een ambtsdrager een economische activiteit verricht, wanneer hij de gegevens die ondernemingen op grond van een wettelijke meldingsplicht hebben meegedeeld, opslaat in een databank (ondernemingsboek) en tegen vergoeding inzage verleent en/of print-outs laat vervaardigen, maar verder gaande vormen van gebruik verbiedt?
Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord:
2)
Is er sprake van een economische activiteit wanneer de ambtsdrager vormen van gebruik die verder gaan dan het verlenen van inzage en het vervaardigen van print-outs verbiedt en zich daarvoor beroept op zijn beschermd recht sui generis als vervaardiger van de databank?
Indien de eerste of de tweede vraag bevestigend worden beantwoord:
3)
Moet artikel 102 VWEU aldus worden uitgelegd dat de basisbeginselen van de uitspraken van 6 april 1995, Magill TV Guide (C-241/91 en C-242/91, Jurispr. blz. I-743), en I.M.S. Health (C-418/01, Jurispr. blz. I-5039) („Essential-Facilities-doctrine”) ook moeten worden toegepast wanneer geen „upstream-markt” bestaat, omdat de beschermde gegevens in het kader van overheidsactiviteiten worden verzameld en in een databank (ondernemingsboek) worden opgeslagen?
Full & Egal Universal Law Academy