21.5.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 152/17
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Upper Tribunal (Verenigd Koninkrijk) op 25 maart 2011 — Secretary of State for Work and Pensions/Lucja Czop
(Zaak C-147/11)
2011/C 152/31
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
Upper Tribunal
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Secretary of State for Work and Pensions
Verwerende partij: Lucja Czop
Prejudiciële vragen
In omstandigheden waarin een verzoekster:
a)
een Pools staatsburger is;
b)
vóór de toetreding van haar land tot de EU naar het Verenigd Koninkrijk kwam;
c)
zich als zelfstandige in de zin van artikel 49 VWEU (oud artikel 43 VEG) vestigde;
d)
hier bleef en haar bezigheid als zelfstandige na de toetreding voortzette;
e)
niet langer als zelfstandige werkzaam is; en
(f)
de ouder is die daadwerkelijk instaat voor de verzorging van een kind dat naar het Verenigd Koninkrijk kwam en algemeen onderwijs aanvatte na de toetreding en nadat zij haar bezigheid als zelfstandige had stopgezet,
heeft verzoekster een recht op verblijf in het Verenigd Koninkrijk op grond dat (afzonderlijk of gecumuleerd):
a)
verordening nr. 1612/68 (1) van toepassing is, junctis de argumentatie van het Europees Hof van Justitie in Baumbast en R/Secretary of State for the Home Department (C-413/99, Jurispr. blz. I-7091), London Borough of Harrow/Ibrahim (C-310/08) en Teixeira/London Borough of Lambeth (C-480/08);
b)
er een algemeen beginsel van EU-recht is dat de status van werknemers en van zelfstandigen gelijkstelt;
c)
het feit dat verzoekster geen recht op verblijf heeft, de vrijheid van vestiging zou belemmeren of ontmoedigen?
(1) PB L 257, blz. 2.
Full & Egal Universal Law Academy