9.7.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 204/18
Hogere voorziening ingesteld op 16 mei 2011 door Siemens Transmission & Distribution SA en Nuova Magrini Galileo SpA tegen het arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 3 maart 2011 in de gevoegde zaken T-122/07 tot en met T-124/07, Siemens AG Österreich e.a./Commissie
(Zaak C-233/11 P)
2011/C 204/33
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirantes: Siemens Transmission & Distribution SA en Nuova Magrini Galileo SpA (vertegenwoordigers: H. Wollmann, F. Urlesberger, advocaten)
Andere partijen in de procedure: Siemens AG Österreich, VA Tech Transmission & Distribution GmbH & Co. KEG, Siemens Transmission & Distribution Ltd, Europese Commissie
Conclusies
Rekwirantes verzoeken
—
punt 2 van het dictum van het arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 3 maart 2011 (gevoegde zaken T-122/07–T-124/07) te vernietigen, voor zover artikel 2, sub j en k, van beschikking C(2006) 6762 def. van de Commissie van 24 januari 2007 (zaak COMP/38.899 — Gasgeïsoleerd schakelmateriaal) hierbij nietig wordt verklaard;
—
punt 3, eerste streepje, van het dictum van het bestreden arrest te vernietigen en artikel 2, sub j en k, van beschikking C(2006) 6762 def. te bevestigen en met betrekking tot artikel 2, sub k, van deze beschikking vast te stellen dat elk van de hoofdelijke schuldenaars in de verhouding tot zijn hoofdelijke medeschuldenaars één derde van een bedrag van 4 500 000 EUR dient te dragen;
—
subsidiair, punt 3, eerste streepje, van het dictum van het bestreden arrest te vernietigen en de zaak naar het Gerecht te verwijzen;
—
hoe dan ook punt 7 van het dictum van het bestreden arrest te vernietigen en verweerster te verwijzen in de kosten van de procedure in zaak T-124/07 alsook in die van de hogere voorziening.
Middelen en voornaamste argumenten
Het Gerecht heeft — ultra petita — ook de geldboete die alleen aan Schneider Electric SA is opgelegd, nietig verklaard en dit bedrag op ontoelaatbare wijze bij de hoofdelijke schuld van rekwirantes gevoegd. Het bestreden arrest druist op dit vlak in tegen fundamentele beginselen. Het Gerecht heeft dan ook het verbod om ultra petita te beslissen geschonden, alsook het — impliciet in artikel 263 VWEU vervatte –beginsel dat niemand een vordering kan instellen voor rekening van iemand anders.
Voorts heeft het Gerecht — ultra petita — afbreuk gedaan aan de rechtskracht van de beschikking van de Commissie ten opzichte van Schneider Electric SA, wat ontoelaatbaar is en indruist tegen het rechtszekerheidsbeginsel.
Rekwirantes hebben geen standpunt kunnen innemen over essentiële vaststellingen van het Gerecht. Dit is een proceduregebrek, aangezien het recht van rekwirantes om te worden gehoord in de zin van artikel 6 EVRM hierdoor wordt geschonden.
Full & Egal Universal Law Academy