16.7.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 211/18
Hogere voorziening ingesteld op 24 mei 2011 door Areva tegen het arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 3 maart 2011 in de gevoegde zaken T-117/07 en T-121/07, Areva e.a./Commissie
(Zaak C-247/11 P)
2011/C 211/36
Procestaal: Frans
Partijen
Rekwirante: Areva SA (vertegenwoordiger: A. Schild, Rechtsanwältin)
Andere partijen in de procedure: Alstom, Europese Commissie
Conclusies
—
het bestreden arrest vernietigen;
—
voor het geval dat het Hof van oordeel zou zijn dat de zaak in staat van wijzen is:
—
primair, de volgende artikelen van de litigieuze beschikking nietig verklaren:
—
artikel 1, sub c,
—
artikel 2, sub c;
—
subsidiair, de aan rekwirante opgelegde geldboete aanzienlijk verlagen;
—
de Commissie verwijzen in de kosten, met inbegrip van die welke rekwirante in de procedure voor het Gerecht heeft gedragen;
—
voor het geval dat het Hof van oordeel zou zijn dat de zaak niet in staat van wijzen is, de zaak verwijzen naar een anders samengestelde kamer van het Gerecht en de kosten aanhouden.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar hogere voorziening voert rekwirante vier middelen aan.
Met het eerste middel stelt rekwirante dat het Gerecht de regels inzake de motivering en de rechten van de verdediging heeft geschonden bij het onderzoek van de vraag of AREVA SA in de periode van 9 januari tot 11 mei 2004 daadwerkelijk een beslissende invloed op Areva T&D SA en Areva T&D AG heeft uitgeoefend. Dienaangaande merkt rekwirante op dat het Gerecht de artikelen 36 en 53 van Protocol nr. 3 betreffende het Statuut van het Hof van Justitie heeft geschonden (verplichting van het Gerecht om zijn arrest met redenen te omkleden), voor zover het in punt 150 van het bestreden arrest zijn eigen redenering in de plaats heeft gesteld van die van de Commissie door a posteriori aan de litigieuze beschikking gronden toe te voegen die deze niet bevat. Voorts merkt rekwirante op dat het Gerecht zijn motiveringsplicht niet is nagekomen, aangezien zijn argumenten geen inzicht verschaffen in de redenen waarom het de argumenten van rekwirante heeft verworpen. Ten slotte merkt rekwirante op dat het Gerecht de rechten van verdediging van Areva SA heeft geschonden door van haar een probatio diabolica te verlangen in die zin dat zij dient aan te tonen dat de moedermaatschappij geen daadwerkelijke invloed op haar dochterondernemingen heeft uitgeoefend, en door haar niet de mogelijkheid te bieden om zich uit te spreken over de nieuwe gronden die het aan de litigieuze beschikking heeft toegevoegd.
Met het tweede middel stelt rekwirante dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting bij de toepassing van de regels betreffende de hoofdelijke betaling van geldboeten en aldus de beginselen van rechtszekerheid en van het persoonlijke karakter van straffen heeft geschonden. Rekwirante stelt dat het Gerecht bovengenoemde beginselen heeft geschonden door geldboeten op te leggen die een „feitelijke” hoofdelijkheid tot stand brengen tussen twee vennootschappen die nooit tot eenzelfde economische eenheid hebben behoord.
Met het derde middel stelt zij dat het Gerecht de regels inzake de ongeoorloofde delegatie van bevoegdheden van de Commissie heeft geschonden, zijn arrest gebrekkig heeft gemotiveerd en het beginsel van het persoonlijke karakter van straffen en sancties heeft geschonden door niet duidelijk vast te stellen in welke mate elk van de hoofdelijke medeschuldenaars aansprakelijk is. Dienaangaande stelt Areva SA dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door de beschikking van de Commissie uit te leggen op een wijze die tegen de intentie van deze laatste ingaat, teneinde een „oplossing” te vinden die juridisch ongegrond is, maar het Gerecht de mogelijkheid biedt de argumenten van rekwirante inzake de delegatie van de bevoegdheden van de Commissie te verwerpen. Voorts stelt rekwirante dat de door het Gerecht gevonden oplossing in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en met het beginsel van het persoonlijke karakter van straffen.
Met het vierde en laatste middel stelt zij dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting bij de toepassing van het evenredigheids- en het gelijkheidsbeginsel op de hoofdelijk aan Areva SA opgelegde geldboete. Volgens rekwirante heeft het Gerecht deze beginselen geschonden door geen gebruik te maken van zijn volledige rechtsmacht en door de geldboeten, die zijn vastgesteld zonder dat rekening is gehouden met de duur van de inbreuk, te bevestigen.
Full & Egal Universal Law Academy