30.7.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 226/16
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Supreme Court of the United Kingdom (Verenigd Koninkrijk) op 25 mei 2011 — The Queen op verzoek van David Edwards, Lilian Pallikaropoulos/Environment Agency, First Secretary of State, Secretary of State for Environment, Food and Rural Affairs
(Zaak C-260/11)
2011/C 226/30
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
Supreme Court of the United Kingdom
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: David Edwards, Lilian Pallikaropoulos
Verwerende partijen: Environment Agency, First Secretary of State, Secretary of State for Environment, Food and Rural Affairs
Prejudiciële vragen
1)
Hoe dient een nationale rechter het ten laste leggen van kosten aan een particulier wiens vordering in een milieuzaak is afgewezen, te beoordelen, gelet op de vereisten van artikel 9, lid 4, van het Verdrag van Aarhus, zoals uitgevoerd bij artikel 10 bis van richtlijn 85/337/EEG (1) en artikel 15 bis van richtlijn 96/61/EG (2) (hierna: „de richtlijnen”)?
2)
Moet de vraag of een proces „onevenredig kostbaar” is in de zin van artikel 9, lid 4, van het Verdrag van Aarhus, zoals uitgevoerd bij de richtlijnen, worden beantwoord aan de hand van een objectieve beoordeling (waarbij bijvoorbeeld wordt nagegaan of een „gemiddelde” particulier in staat is om de eventuele kostenaansprakelijkheid te dragen) of een subjectieve beoordeling (op basis van de financiële draagkracht van de concrete verzoeker) of een combinatie van beide?
3)
Of is dit uitsluitend een zaak van het nationale recht van de lidstaten, waarbij er uitsluitend over moet worden gewaakt dat het door de richtlijnen voorgeschreven resultaat, namelijk ervoor zorgen dat de betrokken procedures niet „onevenredig kostbaar” zijn, wordt bereikt?
4)
Is het bij de beoordeling of een procedure „onevenredig kostbaar” is, relevant dat de verzoeker er in werkelijkheid niet van is weerhouden het geding in te leiden of voort te zetten?
5)
Mogen deze kwesties anders worden beoordeeld in het stadium van (i) een hoger beroep of (ii) een tweede beroep, na het hoger beroep dat tegen de beslissing in eerste aanleg moet worden ingesteld?
(1) Richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 (PB L 175, blz. 40).
(2) Richtlijn 96/61/EG van de Raad van 24 september 1996 (PB L 257, blz. 26).
Full & Egal Universal Law Academy