30.7.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 226/17
Hogere voorziening ingesteld op 30 mei 2011 door de Europese Commissie tegen het arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 22 maart 2011 in zaak T-369/07, Republiek Letland/Europese Commissie
(Zaak C-267/11 P)
2011/C 226/32
Procestaal: Lets
Partijen
Rekwirante: Europese Commissie (vertegenwoordigers: E. White en I. Rubene)
Andere partijen in de procedure: Republiek Letland, Republiek Litouwen, Slowaakse Republiek, Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
Conclusies
—
vernietiging van het bestreden arrest;
—
verwijzing van de Republiek Letland in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Het enige middel is ontleend aan niet-inachtneming van de in artikel 9, lid 3, van richtlijn 2003/87/EG (1) vastgestelde termijn van drie maanden.
De Commissie meent dat het Gerecht bij zijn onderzoek de eerste en de tweede volzin van artikel 9, lid 3, van de richtlijn als een geheel heeft beschouwd, als gevolg waarvan zijn uitlegging niet in overeenstemming is met de in dat lid gestelde doelen.
Die uitlegging van artikel 9, lid 3, van de richtlijn druist in tegen de uitlegging die het Gerecht zelf heeft gegeven in een andere zaak, waarin het terecht oordeelde dat artikel 9, lid 3, tweede volzin, een afzonderlijke rechtsgrondslag vormt.
Bij haar uitlegging van artikel 9, lid 3, van de richtlijn baseert de Commissie zich op de bewoordingen van deze bepaling, die het doel ervan volkomen weergeven. Wanneer de Commissie het door de lidstaat meegedeelde nationale toewijzingsplan verwerpt, moet de lidstaat dat plan bijgevolg met inachtneming van haar bezwaren wijzigen en kan hij het plan niet uitvoeren zolang de Commissie de wijzigingen niet heeft aanvaard. Voor dit besluit tot aanvaarding van de wijzigingen is geen termijn vastgesteld.
De Commissie wijst erop dat het bij het litigieuze besluit ging om een besluit over de wijzigingen aan het nationale toewijzingsplan en niet over het meegedeelde nationale toewijzingsplan zelf.
Aangezien het Gerecht er niet van is uitgegaan dat in artikel 9, lid 3, tweede volzin, van de richtlijn een andere procedure wordt vastgesteld, was het echter wel verplicht, de meegedeelde wijzigingen als de mededeling van een nieuw nationaal toewijzingsplan op te vatten, en daarmee ook de termijn van drie maanden onjuist toe te passen.
(1) PB L 275, blz. 32.
Full & Egal Universal Law Academy