30.7.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 226/17
Beroep ingesteld op 31 mei 2011 — Europese Commissie/Koninkrijk Zweden
(Zaak C-270/11)
2011/C 226/33
Procestaal: Zweeds
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: C. Tufvesson en F. Coudert)
Verwerende partij: Koninkrijk Zweden
Conclusies
—
vaststellen dat Zweden zijn verplichtingen krachtens artikel 261, lid 1, VWEU niet is nagekomen doordat het niet de nodige maatregelen heeft genomen om gevolg te geven aan het arrest van het Hof in zaak C-185/09;
—
Zweden veroordelen om aan de Commissie op de rekening „Eigen middelen van de Europese Unie” een dwangsom van 40 947,20 EUR per dag te betalen voor elke dag dat de nodige maatregelen om gevolg te geven aan het arrest van het Hof in zaak C-185/09 uitblijven, vanaf de dag waarop het arrest in de onderhavige zaak wordt gewezen tot en met de dag waarop is voldaan aan het arrest in zaak C-185/09;
—
Zweden veroordelen om aan de Commissie op dezelfde rekening een vast bedrag van 9 597,00 EUR per dag te betalen voor elke dag dat de nodige maatregelen om gevolg te geven aan het arrest van het Hof in zaak C-185/09 uitblijven, vanaf de dag waarop het arrest in zaak C-185/09 werd gewezen tot de dag waarop het arrest in de onderhavige zaak wordt gewezen of tot de dag waarop de nodige maatregelen worden genomen om gevolg te geven aan het arrest in zaak C-185/09, indien zij eerder worden genomen;
—
het Koninkrijk Zweden verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
In het arrest van 4 februari 2010 (C-185/09), Commissie tegen Koninkrijk Zweden, heeft het Hof geoordeeld:
„Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 2006/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 betreffende de bewaring van gegevens die zijn gegenereerd of verwerkt in verband met het aanbieden van openbaar beschikbare elektronische communicatiediensten of van openbare communicatienetwerken en tot wijziging van richtlijn 2002/58/EG, is het Koninkrijk Zweden de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.”
Het Koninkrijk Zweden heeft nog steeds geen maatregelen genomen om gevolg te geven aan het arrest van het Hof in zaak C-185/09. De Commissie heeft de zaak derhalve overeenkomstig artikel 260, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voor het Hof gebracht en verzoekt economische sancties aan het Koninkrijk Zweden op te leggen.
Full & Egal Universal Law Academy