27.8.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 252/14
Hogere voorziening ingesteld op 6 juni 2011 door Densmore Ronald Dover tegen het arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 24 maart 2011 in zaak T-149/09, Densmore Ronald Dover/Europees Parlement
(Zaak C-278/11 P)
2011/C 252/28
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirant: Densmore Ronald Dover (vertegenwoordigers: D. Vaughan QC, M. Lester, Barrister, R. Collard, Solicitor)
Andere partij in de procedure: Europees Parlement
Conclusies
Rekwirant verzoekt het Hof:
—
te gelasten dat de omstreden gedeelten van het arrest van het Gerecht in zaak T-149/09 worden herzien;
—
het omstreden besluit volledig nietig te verklaren;
—
het Parlement te verwijzen in de kosten die rekwirant in deze hogere voorziening en in het beroep tot nietigverklaring bij het Gerecht zijn opgekomen.
Middelen en voornaamste argumenten
Ten eerste heeft het Gerecht blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat het Parlement in de punten 24 en 25 van het omstreden besluit heeft voldaan zijn verplichting om zijn vordering tot terugbetaling van het bedrag van 345 289,00 GBP naar behoren met redenen te omkleden. Rekwirant kon uit de punten 24 en 25 van het omstreden besluit noch uit andere elementen opmaken om welke redenen van hem terugbetaling van dit bedrag werd gevorderd. Deze redenen zouden hem in staat hebben gesteld de geldigheid van die redenering voor de rechterlijke instanties te betwisten en zouden de rechterlijke instanties in staat hebben gesteld hun toetsing naar behoren te verrichten.
Ten tweede heeft het Gerecht blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat het Parlement het bedrag van 345 289,00 GBP mocht terugvorderen op grond dat dit bedrag „ten onrechte” uit hoofde van artikel 14 van de Regeling kosten en vergoedingen van de leden van het Europees Parlement (hierna: „regeling KVL”) was betaald. Deze onjuiste rechtsopvatting blijkt uit het volgende:
a)
Het Parlement heeft in het omstreden besluit niet uitgelegd om welke redenen het van mening was dat de talloze documenten die rekwirant had overgelegd niet aantoonden dat de in punt 25 genoemde posten overeenkomstig de regeling KVL waren gebruikt, en evenmin in welk opzicht voor deze posten volgens hem ten onrechte vergoeding op grond van artikel 14 van de regeling KVL was gevorderd, of in welk opzicht deze posten verkeerd of oneigenlijk waren gebruikt.
b)
Bovendien heeft rekwirant elke in punt 25 van het bestreden besluit genoemde post uitgelegd en ook uitgelegd dat elke post precies en volledig was bestemd om alleen de uitgaven te dekken die het beroep op MP Holdings als dienstenverstrekker meebracht. Rekwirant heeft talloze stukken overgelegd ten bewijze dat de aan MP Holdings betaalde bedragen daadwerkelijk zijn gebruikt voor de doelstellingen waarop artikel 14 van de regeling KVL ziet. Rekwirant heeft veel meer documenten overgelegd dan hij verplicht was bij te houden en ten allen tijde over te leggen, inzonderheid documenten betreffende zijn eerste mandaat. Uit deze stukken bleek dat alle kosten volledig en uitsluitend waren opgekomen voor het verstrekken van parlementaire assistentie aan rekwirant. Het Parlement probeert aan rekwirant zeer zware eisen te stellen ter zake van het overleggen van stukken om elke post tot en met het jaar 1999 te rechtvaardigen. Deze eisen bestonden niet op het tijdstip waarop de kosten zijn opgekomen, en zijn nooit een voorafgaande voorwaarde voor vergoeding op grond van artikel 14 van de regeling KVL geweest.
Ten derde heeft het Gerecht blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat het ontoelaatbare beroep van het Parlement op een gesteld „belangenconflict” niet tot volledige nietigverklaring van het omstreden besluit diende te leiden. Het Gerecht heeft terecht geoordeeld dat het Parlement zich niet op een gesteld belangenconflict kon baseren om terugbetaling van de vergoeding voor parlementaire assistentie te vorderen. Aangezien het Parlement zich uitdrukkelijk en hoofdzakelijk op die overweging heeft gebaseerd om het gehele omstreden besluit te rechtvaardigen, had bovengenoemd oordeel van het Gerecht tot volledige nietigverklaring van het omstreden besluit moeten leiden.
Full & Egal Universal Law Academy