1.10.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 290/5
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de High Court of Ireland op 27 juli 2011 — Thomas Hogan, John Burns, John Dooley, Alfred Ryan, Michael Cunningham, Michael Dooley, Denis Hayes, Marion Walsh, Joan Power, Walter Walsh/Minister for Social and Family Affairs, Attorney General
(Zaak C-398/11)
2011/C 290/07
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
High Court of Ireland
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Thomas Hogan, John Burns, John Dooley, Alfred Ryan, Michael Cunningham, Michael Dooley, Denis Hayes, Marion Walsh, Joan Power, Walter Walsh
Verwerende partijen: Minister for Social and Family Affairs, Attorney General
Prejudiciële vragen
1)
Is richtlijn 2008/94/EG (1) van toepassing op verzoekers’ situatie, gelet op artikel 1, lid 1, van deze richtlijn en op het feit dat het door verzoekers aangevoerde verlies van de pensioenuitkeringen naar Iers recht geen schuld ten laste van hun werkgever uitmaakt die wordt erkend wanneer deze werkgever onder toezicht van een curator wordt gesteld of wordt geliquideerd, en die in de omstandigheden van dit geding niet anderszins een rechtsgrondslag voor een vordering tegen deze werkgever biedt?
2)
Mag de nationale rechter, wanneer hij nagaat of de Staat de krachtens artikel 8 op hem rustende verplichtingen is nagekomen, rekening houden met het op bijdragebetaling berustende overheidspensioen dat verzoekers zullen ontvangen (en waarvan de verkrijging volledig losstaat van de beroepspensioenregeling) en een vergelijking maken tussen enerzijds (a) het totale overheidspensioen plus het pensioen dat verzoekers in werkelijkheid zeker of waarschijnlijk zullen ontvangen op grond van de relevante beroepspensioenregeling, en anderzijds (b) het totale op bijdragebetaling berustende overheidspensioen plus de opgebouwde pensioenrechten van elke verzoeker op het moment van de vereffening van de regeling, aangezien het overheidspensioen in aanmerking werd genomen bij het bepalen van het niveau van de door verzoekers gevorderde pensioenuitkeringen?
3)
Indien de tweede vraag bevestigend wordt beantwoord, kan dan op grond van de bedragen die verzoekers in werkelijkheid waarschijnlijk zullen ontvangen, worden geoordeeld dat de Staat de krachtens artikel 8 op hem rustende verplichtingen is nagekomen?
4)
Is artikel 8 van de richtlijn slechts van toepassing wanneer wordt vastgesteld dat tussen het verlies van de pensioenrechten door verzoekers en de insolventie van hun werkgever een causaal verband bestaat, ongeacht het feit dat (i) de pensioenregeling niet meer voldoende wordt gefinancierd vanaf het tijdstip waarop de werkgever in staat van insolventie verkeert en (ii) de insolventie van de werkgever betekent dat deze niet langer over de financiële middelen beschikt om aan de pensioenregeling voldoende bij te dragen om ervoor te zorgen dat de leden hun volledige pensioenuitkeringen kunnen ontvangen (de werkgever is hiertoe niet verplicht wanneer de regeling wordt vereffend)?
5)
Voldoen de door Ierland vastgestelde maatregelen, waarnaar hierboven is verwezen, aan de door de richtlijn opgelegde verplichtingen, gelet op de sociale, commerciële en economische factoren die Ierland bij de herziening van de pensioenbescherming na het arrest Robins in aanmerking heeft genomen (zoals uiteengezet in de getuigenverklaring van Orlaigh Quinn) en in het bijzonder gelet op de in punt 3 van de considerans van de richtlijn aangehaalde „noodzaak van een evenwichtige economische en sociale ontwikkeling in de Gemeenschap”?
6)
Is de economische situatie (zoals uiteengezet in de getuigenverklaringen van Colm McCarthy, Phillip Lane en Kevin Cardiff) zodanig uitzonderlijk dat zij kan rechtvaardigen dat verzoekers’ belangen minder worden beschermd dan normaal gezien vereist zou zijn, en zo ja hoe hoog moet dit lagere beschermingsniveau dan liggen?
7)
Indien de tweede vraag ontkennend wordt beantwoord, vormt het loutere feit dat de door de Staat na het arrest Robins vastgestelde maatregelen er niet toe hebben geleid dat verzoekers krachtens hun beroepspensioenregeling meer dan 49 % van de waarde van de door hen opgebouwde pensioenrechten ontvangen, op zichzelf een ernstige schending van de op de Staat rustende verplichtingen die verzoekers het recht geeft op schadevergoeding (dus zonder dat afzonderlijk wordt aangetoond dat de handelingen die de Staat na het arrest Robins heeft gesteld een ernstige en kennelijke miskenning vormen van de krachtens artikel 8 van de richtlijn op hem rustende verplichtingen)?
(1) Richtlijn 2008/94/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever (PB L 283, blz. 36).
Full & Egal Universal Law Academy