8.10.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 298/17
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Protodikeio Athinon (Griekenland) op 8 augustus 2011 — Daiichi Sankyo Co. Ltd, Sanofi-Aventis Deutschland GmbH/DEMO, Anonimos Biomixaniki kai Emporiki Etairia Farmakon
(Zaak C-414/11)
2011/C 298/30
Procestaal: Grieks
Verwijzende rechter
Protodikeio Athinon
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Daiichi Sankyo Co. Ltd, Sanofi-Aventis Deutschland GmbH
Verwerende partij: DEMO, Anonimos Biomixaniki kai Emporiki Etairia Farmakon
Prejudiciële vragen
1)
Valt artikel 27 van de TRIP’s-overeenkomst, die het kader van de octrooibescherming afbakent, onder een sector waarvoor de lidstaten primair bevoegd blijven, en zo ja, staat het de lidstaten vrij, aan te nemen dat die bepaling rechtstreekse werking heeft, en kan de nationale rechter die bepaling rechtstreeks toepassen onder de voorwaarden die in zijn eigen wettelijke regeling worden gesteld?
2)
Kunnen, volgens artikel 27 van de TRIP’s-overeenkomst, chemische en farmaceutische producten het voorwerp van een octrooi vormen op voorwaarde dat zij voldoen aan de voorwaarden voor het verlenen daarvan, en zo ja, welke is de omvang van de bescherming daarvan?
3)
Genieten, volgens de artikelen 27 en 70 van de TRIP’s-overeenkomst, de onder het in artikel 167, lid 2, van het Verdrag van München van 1973 geformuleerde voorbehoud vallende octrooien die vóór 7 februari 1992, dus vóór de inwerkingtreding van die overeenkomst, zijn verleend en betrekking hebben op de uitvinding van farmaceutische producten, doch wegens dat voorbehoud alleen de wijze van vervaardiging van die producten beschermen, de bescherming waarin de TRIP’s-overeenkomst voor alle octrooien voorziet, en zo ja, welke zijn de omvang en het voorwerp van die bescherming? Met andere woorden, zijn vanaf de inwerkingtreding van die overeenkomst ook de farmaceutische producten zelf beschermd of blijft de bescherming alleen gelden voor de wijze van vervaardiging van die producten, of moet een onderscheid worden gemaakt naargelang van de inhoud van de octrooiaanvraag, namelijk naargelang uit de beschrijving van de uitvinding en daarop betrekking hebbende vorderingen blijkt dat de aanvraag erop was gericht bescherming te krijgen voor een product, voor een wijze van vervaardiging of voor beide?
Full & Egal Universal Law Academy