22.10.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 311/22
Hogere voorziening ingesteld op 11 augustus 2011 door de Republiek Polen tegen de beschikking van het Gerecht (Zevende kamer) van 23 mei 2011 in zaak T-226/10, Prezes Urzędu Komunikacji Elektronicznej/Commissie
(Zaak C-423/11 P)
2011/C 311/38
Procestaal: Pools
Partijen
Rekwirante: Republiek Polen (vertegenwoordiger: M. Szpunar, gemachtigde)
Andere partijen in de procedure: Europese Commissie, Prezes Urzędu Komunikacji Elektronicznej
Conclusies
—
de beschikking van het Gerecht van de Europese Unie van 23 mei 2011 in zaak T-226/10 volledig vernietigen.
Middelen en voornaamste argumenten
Grond voor de verwerping van het beroep was het feit dat de advocaten die de Prezes Urzędu Komunikacji Elektronicznej (voorzitter van de dienst Elektronische communicatie) vertegenwoordigden, bij deze dienst in dienstbetrekking waren. Volgens het Gerecht sloot dit de mogelijkheid uit dat de verzoekende partij voor het Gerecht door hen werd vertegenwoordigd. De Poolse regering voert met betrekking tot de bestreden beschikking de volgende grieven aan:
In de eerste plaats heeft het Gerecht artikel 19, derde en vierde alinea, van het Statuut van het Hof geschonden door deze bepaling onjuist uit te leggen. De rechtsbepalingen van de Europese Unie harmoniseren de toelaatbare vormen van het verstrekken van juridische diensten niet. Ook artikel 19 van het Statuut bevat ter zake geen beperkingen, maar verwijst rechtstreeks naar de nationale bepalingen. Volgens de Republiek Polen biedt artikel 19 van het Statuut geen grondslag om advocaten die op basis van een arbeidsovereenkomst juridische diensten verlenen, in het algemeen en willekeurig het recht te ontnemen om een partij voor het Hof van Justitie te vertegenwoordigen, aangezien de Poolse bepalingen de onafhankelijkheid van deze advocaten ten volle waarborgen.
In de tweede plaats is er sprake van schending van het evenredigheidsbeginsel als bedoeld in artikel 5, lid 4, VEU. Volgens de Poolse regering gaat de uitsluiting van de mogelijkheid van vertegenwoordiging van een partij door een advocaat die bij haar in dienstbetrekking is, verder dan wat nodig is ter verwezenlijking van de doelstelling van de verlening van juridische diensten aan de partij door onafhankelijke advocaten. Er bestaan minder restrictieve materiële en formele middelen waarmee deze doelstelling kan worden verwezenlijkt, in het bijzonder nationale regelingen inzake de beginselen van de beroepsuitoefening en de beroepsethiek.
In de derde plaats is er sprake van een procedurefout wegens ontoereikende motivering. Volgens de Poolse regering heeft het Gerecht de beschikking in zaak T-226/10 ontoereikend gemotiveerd. In het bijzonder is het Gerecht niet ingegaan op de specifieke kenmerken van de juridische band tussen de advocaten en de Prezes Urzędu Komunikacji Elektronicznej.
Full & Egal Universal Law Academy