19.11.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 340/7
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Krajský súd v Prešove (Slowaakse Republiek) op 22 augustus 2011 — SKP/Kveta Polhošová
(Zaak C-433/11)
2011/C 340/12
Procestaal: Slowaaks
Verwijzende rechter
Krajský súd v Prešove
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: SKP
Verwerende partij: Kveta Polhošová
Prejudiciële vragen
1)
Moeten de artikelen 5 tot en met 9 van richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt (1), aldus worden uitgelegd dat ook de praktijk waarbij een marktdeelnemer schuldvorderingen op consumenten overdraagt aan een in staat van faillissement verkerende ondernemer, als een oneerlijke handelspraktijk dient te worden beschouwd, wanneer de consumenten niet de garantie wordt geboden dat de kosten van een uit een consumentenovereenkomst voortvloeiende gerechtelijke procedure worden vergoed?
2)
Indien de vorige vraag aldus moet worden beantwoord dat de overdracht van schuldvorderingen op consumenten aan een in staat van faillissement verkerende ondernemer, met het doel deze schuldvorderingen te kunnen innen, in strijd is met het recht van de Unie:
A.
kan artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie dan aldus worden uitgelegd dat het zich er niet tegen verzet dat een rechterlijke instantie, om de consument te beschermen, de voor de curator wettelijk voorziene vrijstelling ter zake van de bijdrage voor gerechtskosten niet toepast, en dat die rechterlijke instantie in een dergelijk geval het recht van de curator op rechtsbescherming niet schendt door te beslissen dat de procedure wegens niet-betaling van de bij de instelling van het beroep verschuldigde bijdrage voor gerechtskosten, wordt beëindigd?
B.
verzetten de artikelen 6, lid 1, en 7, lid 1, van richtlijn 93/13/EEG van de Raad (van 5 april 1993) betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (2), zich dan tegen de toepassing van een bepaling van nationaal recht waarbij de curator van betaling van de bijdrage voor gerechtskosten wordt vrijgesteld, wanneer de verzoekende partij zonder de oneerlijke handelspraktijk niet van betaling van die bijdrage zou zijn vrijgesteld en het als gevolg van de beëindiging van de procedure niet tot een gerechtelijke procedure met betrekking tot een uit een oneerlijk beding voortvloeiende prestatie zou kunnen komen?
(1) Richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) (PB L 149, blz. 22).
(2) PB L 95, blz. 29.
Full & Egal Universal Law Academy