3.12.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 355/8
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Rechtbank Amsterdam (Nederland) op 29 augustus 2011 — F.P. Jeltes, M.A. Peeters, J.G.J. Arnold tegen Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
(Zaak C-443/11)
2011/C 355/12
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Rechtbank Amsterdam
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekers: F.P. Jeltes, M.A. Peeters, J.G.J. Arnold
Verweerder: Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Prejudiciële vragen
1)
Geldt onder verordening (EG) nr. 883/2004 (1) nog steeds de aanvullende strekking van het onder de vigeur van verordening (EEG) nr. 1408/71 (2) gewezen arrest Miethe (3), te weten een keuzerecht voor de atypische grensarbeider ten aanzien van de lidstaat waar hij zich ter beschikking stelt van de arbeidsbemiddeling en van waaruit hij een werkloosheidsuitkering ontvangt op de grond dat in de lidstaat van zijn keuze de kansen op reïntegratie in het arbeidsproces het grootst zijn? Of waarborgt artikel 65 van verordening nr. 883/2004, in zijn geheel bezien, reeds in voldoende mate dat de volledig werkloze werknemer een uitkering ontvangt onder voorwaarden die voor hem voor het zoeken naar werk het meest gunstig zijn, en heeft het arrest Miethe zijn toegevoegde waarde verloren?
2)
Verzet het unierecht, in casu artikel 45 van het VWEU of artikel 7, lid 2, van verordening nr. 1612/68 (4), zich ertegen dat een lidstaat weigert een werkloosheidsuitkering op grond van zijn nationale wetgeving toe te kennen in het geval van een volledig werkloos geworden migrerend werknemer (grensarbeider), die in die lidstaat zijn laatste werkzaamheden verrichtte en van wie, gelet op de aanwezigheid van sociale en familiebanden, kan worden aangenomen dat hij in die lidstaat de beste kansen heeft op reïntegratie in het arbeidsproces, enkel op de grond dat hij in een andere lidstaat woonachtig is?
3)
Hoe luidt — gelet op artikel 87, lid 8, van verordening nr. 883/2004, artikel 17 van het Handvest van de Grondrechten van de EU, alsmede het rechtszekerheidsbeginsel — het antwoord op de hiervoor gestelde vraag als aan een dergelijke werknemer reeds vóór de datum van inwerkingtreding van verordening nr. 883/2004 een werkloosheidsuitkering op grond van het recht van de voormalige werkstaat is toegekend en waarvan de maximale uitkerings- en herlevingsduur ten tijde van die inwerkingtreding nog niet was verstreken (en waarbij die uitkering is beëindigd op grond van het feit dat de werkloze nieuw werk heeft aanvaard)?
4)
Luidt het antwoord op de onder 2 gestelde vraag anders indien aan de betrokken werkloze grensarbeider toezeggingen zijn gedaan dat zij om herleving van hun recht op uitkering kunnen verzoeken, indien zij na het vinden van nieuw werk opnieuw werkloos worden, en de verstrekte informatie hieromtrent niet juist of niet ondubbelzinnig geweest blijkt te zijn als gevolg van onduidelijkheden in de uitvoeringspraktijk?
(1) Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 166, blz. 1).
(2) Verordening van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB L 149, blz. 2).
(3) Arrest van 12 juni 1986 (C-1/85, Jurispr. blz. 1837).
(4) Verordening van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap (PB L 257, blz. 2).
Full & Egal Universal Law Academy