26.11.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 347/9
Hogere voorziening ingesteld op 30 augustus 2011 door Team Relocations NV e.a. tegen het arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 16 juni 2011 in gevoegde zaken T-204/08 en T-212/08, Team Relocations NV e.a./Commissie
(Zaak C-444/11 P)
2011/C 347/14
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwiranten: Team Relocations NV, Amertranseuro International Holdings Ltd, Trans Euro Ltd, Team Relocations Ltd
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
Rekwirantes verzoeken het Hof om
—
het arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 16 juni 2011 in gevoegde zaken T-204/08 en T-212/08 te vernietigen;
—
mocht het Hof beslissen om artikel 61, eerste alinea, tweede volzin, van zijn Statuut toe te passen,
—
artikel 1 van de beschikking van de Commissie van 11 maart 2008 in zaak COMP/38.543 — Internationale verhuisdiensten, nietig te verklaren voor zover daarin wordt verklaard dat rekwirantes inbreuk op de artikelen 81 EG en 53, lid 1, EER hebben gemaakt in de periode januari 1997 — september 2003;
—
artikel 2 van diezelfde beschikking nietig te verklaren voor zover daarbij aan rekwirantes een geldboete van 3,49 miljoen EUR wordt opgelegd;
—
subsidiair, de bij voornoemde beschikking aan rekwirantes opgelegde geldboete aanzienlijk te verlagen;
—
meer subsidiair, artikel 2 van diezelfde beschikking nietig te verklaren voor zover Amertranseuro International Holdings Ltd daarin hoofdelijk aansprakelijk wordt gehouden voor een bedrag van 1 300 000 EUR;
—
nog meer subsidiair, de Commissie te gelasten om de factoren bekend te maken op grond waarvan zij Interdean een vermindering van 70 % heeft toegekend ten opzichte van de geldboete die Interdean anders zou zijn opgelegd, en om vervolgens Team Relocations in de gelegenheid te stellen om schriftelijk uit te leggen waarom deze gronden ook op haar eigen situatie van toepassing zijn;
—
in elk geval de Commissie te verwijzen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun hogere voorziening voeren rekwirantes negen middelen aan.
Het eerste middel is ontleend aan een schending van artikel 101 VWEU en de rechtspraak van het Hof over deze bepaling, verdraaiing van het bewijs, schending van de regels ter zake van de bewijslast en de motiveringsplicht, voor zover het bestreden arrest Team Relocations aansprakelijk verklaart voor de „één enkele inbreuk” waarnaar in artikel 1 van de litigieuze beschikking wordt verwezen tussen januari 1997 en september 2003.
Het tweede middel is ontleend aan een schending van punt 13 van de boeterichtsnoeren van de Commissie van 2006, schending van de regels ter zake van de bewijslast, de beginselen in dubio pro reo en nulla poena sine culpa, voor zover in het bestreden arrest wordt geoordeeld dat het basisbedrag van rekwirantes’ geldboete mocht worden berekend aan de hand van omzet waarop de vermeend door Team Relocations begane inbreuk geen betrekking heeft.
Het derde middel is ontleend aan schending van het beginsel van gelijke behandeling en het beginsel dat sancties specifiek tot de dader moeten zijn gericht en schending van de rechtspraak van het Hof waarin deze beginselen worden toegepast, schending van de motiveringsplicht en de regels ter zake van de bewijslast, voor zover in het bestreden arrest wordt geoordeeld dat in de beschikking ten aanzien van Team Relocations een percentage van 17 % mocht worden toegepast voor de berekening van het basisbedrag van de geldboete.
Het vierde middel is ontleend aan een schending van de motiveringsplicht, het evenredigheidsbeginsel en de artikelen 7 en 23 van verordening nr. 1/2003 (1), voor zover in het bestreden arrest wordt geoordeeld dat in de beschikking het percentage van de „waarde van de verkopen” van Team Relocations mocht worden vermenigvuldigd met het aantal jaren waarin zij aan de inbreuk heeft deelgenomen.
Het vijfde middel is ontleend aan een schending van het beginsel patere legem quam ipse fecisti en de motiveringsplicht, voor zover in het bestreden arrest wordt geoordeeld dat de oplegging aan Team Relocations van een aanvullend bedrag van 17 % gerechtvaardigd was.
Het zesde middel is ontleend aan een schending van artikel 101 VWEU en de rechtspraak van het Hof over deze bepaling, van de motiveringsplicht en het beginsel patere legem quam ipse fecisti alsook verdraaiing van het bewijs, voor zover in het bestreden arrest wordt geoordeeld dat in de beschikking terecht is geoordeeld dat er geen verzachtende omstandigheden waren die een aanzienlijke verlaging van de aan rekwirantes opgelegde geldboete konden rechtvaardigen.
Het zevende middel is ontleend aan een schending van artikel 101 VWEU, het verbod van discriminatie en de motiveringsplicht, voor zover Amertranseuro International Holdings Ltd in het bestreden arrest hoofdelijk aansprakelijk wordt gehouden voor een bedrag van 1 300 000 EUR.
Het achtste middel is ontleend aan een schending van het evenredigheidsbeginsel en de motiveringsplicht, voor zover in het bestreden arrest wordt geoordeeld dat de aan Team Relocations opgelegde geldboete voldoet aan het evenredigheidsvereiste.
Het negende middel is ontleend aan een schending van het verbod van discriminatie, de motiveringsplicht en het beginsel patere legem quam ipse fecisti, voor zover in het bestreden arrest het achtste middel van Team Relocations is afgewezen en voor zover daarin het verzoek van Team Relocations is afgewezen om de Commissie te gelasten de gronden bekend te maken op basis waarvan zij aan Interdean een boetevermindering van 70 % heeft toegekend.
(1) Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag, PB L 1, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy