26.11.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 347/16
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Giudice di Pace di Mercato San Severino (Italië) op 26 september 2011 — Ciro Di Donna/Società imballaggi metallici Salerno Srl (SIMSA)
(Zaak C-492/11)
2011/C 347/25
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Giudice di Pace di Mercato San Severino
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Ciro Di Donna
Verwerende partij: Società imballaggi metallici Salerno Srl (SIMSA)
Prejudiciële vragen
Verzetten de artikelen 6 en 13 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, op 7 december 2000 te Nice afgekondigd, zoals aangenomen op 12 december 2007 te Straatsburg, richtlijn 2008/52/EG (1) van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008 betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken, het algemeen beginsel van Unierecht van doeltreffende rechterlijke bescherming en, in het algemeen, het recht van de Unie in zijn geheel zich ertegen dat in een van de lidstaten van de Europese Unie een regeling wordt ingevoerd, zoals in Italië die van wetsbesluit nr. 28/2010 en ministerieel besluit nr. 180/2010, zoals gewijzigd bij ministerieel besluit nr. 145/2011, volgens welke:
—
de rechter ten laste van de partij die zonder gegronde reden heeft geweigerd deel te nemen aan een procedure van verplichte bemiddeling, in het erop volgende rechtsgeding uit die weigering bewijsgronden kan afleiden;
—
de rechter vergoeding moet weigeren van de kosten die door de in het gelijk gestelde partij die een voorstel tot verzoening heeft afgewezen, zijn gemaakt voor zover zij betrekking hebben op het tijdvak na de formulering van het voorstel, en die partij moet veroordelen tot vergoeding van de kosten die de in het ongelijk gestelde partij over hetzelfde tijdvak heeft gemaakt en ook tot betaling aan de staatskas van een bedrag dat overeenstemt met het bedrag dat reeds werd betaald als verplichte (gestandaardiseerde) heffing, wanneer de uitspraak waarmee het na het formuleren van het geweigerde voorstel ingeleide geschil wordt beslecht, volledig overeenstemt met de inhoud van het betrokken voorstel;
—
de rechter, indien zich ernstige en uitzonderlijke redenen voordoen, de vergoeding kan weigeren van de kosten die de in het gelijk gestelde partij wegens het honorarium van de bemiddelaar en de aan de deskundige verschuldigde vergoeding heeft gemaakt, zelfs indien de beschikking waarmee het geschil wordt beslecht niet volledig overeenstemt met de inhoud van het voorstel;
—
de rechter de partij die zonder gegronde reden niet heeft deelgenomen aan de bemiddelingsprocedure moet veroordelen tot betaling aan de staatskas van het bedrag dat overeenkomt met de gestandaardiseerde heffing die voor het rechtsgeding is verschuldigd;
—
de bemiddelaar een verzoening kan of zelfs moet voorstellen ook bij ontbreken van akkoord van de partijen en ook indien de partijen niet aan de procedure hebben deelgenomen;
—
de poging tot verzoening binnen een termijn van vier maanden moet worden afgerond;
—
ook na verloop van de termijn van vier maanden vanaf het begin van de procedure de vordering slechts ontvankelijk zal zijn na het verkrijgen, bij het secretariaat van het bemiddelingsorgaan, van het door de bemiddelaar opgestelde verslag van het ontbreken van akkoord met opgave van het geweigerde voorstel;
—
het niet uitgesloten is dat er meerdere bemiddelingsprocedures zijn — met verlenging van de termijn voor de beslechting van het geschil tot gevolg — telkens wanneer een verzoek op rechtmatige wijze wordt voorgesteld in de loop van dezelfde procedure die intussen is ingeleid;
—
de kosten van de procedure van verplichte bemiddeling ten minste twee maal zo veel bedragen als de kosten van de gerechtelijke procedure die de bemiddelingsprocedure tracht te voorkomen en het verschil op exponentiële wijze toeneemt met de toename van de waarde van het geschil (zoadat de bemiddeling zelfs meer dan zes maal zo veel kost als de gerechtelijke procedure) of met de toename van de complexiteit (in welk laatste geval de aanstelling noodzakelijk kan blijken van een deskundige, te betalen door de partijen in de procedure, die de bemiddelaar bijstaat in geschillen die specifieke technische vaardigheden vereisen, zonder dat het door de deskundige opgestelde technische verslag of de door hem verkregen inlichtingen in de erop volgende rechterlijke procedure kunnen worden gebruikt)?
(1) PB L 136, blz. 3.
Full & Egal Universal Law Academy