26.11.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 347/20
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Stato (Italië) op 30 september 2011 — Vivaio dei Molini Azienda Agricola Porro Savoldi ss/Autorità per la Vigilanza sui Contratti Pubblici di lavori, servizi e forniture
(Zaak C-502/11)
2011/C 347/30
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Consiglio di Stato
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Vivaio dei Molini Azienda Agricola Porro Savoldi ss
Verwerende partij: Autorità per la Vigilanza sui Contratti Pubblici di lavori, servizi e forniture
Prejudiciële vragen
1)
Staat het gemeenschapsrecht, en met name artikel 6 van richtlijn 93/37/EEG (1) (nadien: artikel 4 van richtlijn 2004/18/EG (2)) in beginsel in de weg aan een nationale bepaling (als artikel 10, lid 1, sub a, van wet 109 van 1994 — nadien: artikel 34, lid 1, sub a, van decreto legislativo 163 van 2006), op grond waarvan alleen vennootschappen die handelsactiviteiten uitoefenen, mogen deelnemen aan procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten, zodat bepaalde ondernemers (zoals maatschappen [società semplici]) die normalerwijze niet overwegend dat soort activiteiten verrichten, daarvan zijn uitgesloten, of is het betrokken verbod redelijk en niet discriminerend gelet op de bijzondere regeling en het specifieke vermogensstelsel van maatschappen?
Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord, dient aan het Hof van Justitie de volgende vraag te worden gesteld:
2)
Staat het gemeenschapsrecht — en met name artikel 6 van richtlijn 93/37/EEG (nadien: artikel 4 van richtlijn 2004/18/EG) en het beginsel van de vormvrijheid voor deelnemers aan aanbestedingsprocedures — de nationale wetgever toe om de rechtsbevoegdheid van een aannemer [imprenditore] (of van een ondernemer [operatore economico] volgens de definitie van richtlijn 2004/18/EG) te beperken vanwege de bijzondere kenmerken van de nationale regeling betreffende die ondernemer, door hem uit te sluiten van deelname aan aanbestedingsprocedures voor overheidsopdrachten, of vormt een dergelijke beperking een schending van de beginselen van redelijkheid en non-discriminatie?
(1) PB L 199, blz. 54.
(2) PB L 134, blz. 114.
Full & Egal Universal Law Academy