25.2.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 58/2
Hogere voorziening ingesteld op 30 november 2011 door de Liga para a Protecção da Natureza (LPN) tegen het arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 9 september 2011 in zaak T-29/08, Liga para a Protecção da Natureza (LPN)/Europese Commissie
(Zaak C-514/11 P)
2012/C 58/02
Procestaal: Portugees
Partijen
Rekwirante: Liga para a Protecção da Natureza (LPN) (vertegenwoordiger: P. Vinagre e Silva, advogada)
Andere partijen in de procedure: Europese Commissie, Koninkrijk Denmarken, Republiek Finland, Koninkrijk Zweden
Conclusies
—
het arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 9 september 2011 in zaak T-29/08 gedeeltelijke vernietigen, voor zover daarbij
1)
de vorderingen van LPN, rekwirante, worden afgewezen (zonder nietigverklaring van het besluit van de Commissie van 22 november 2007);
2)
LPN in haar eigen kosten en in de kosten van de Commissie wordt verwezen;
daar het arrest van het Gerecht in beide gevallen blijk geeft van verschillende onjuiste beoordelingen.
—
de vorderingen van rekwirante toewijzen, met nietigverklaring van het besluit van de Commissie van 22 november 2007 voor zover het documenten en delen van documenten betreft waartoe de Commissie haar bij het besluit van 24 oktober 2008 toegang bleef weigeren.
—
de Commissie in haar eigen kosten en in de kosten van rekwirante in eerste en tweede aanleg verwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
Bij het arrest van het Gerecht is het beroep verworpen dat LPN had ingesteld tegen het besluit van de Commissie van 22 november 2007 voor zover het documenten en delen van documenten betreft waartoe de Commissie haar bij besluit van 24 oktober 2008 toegang bleef weigeren.
Het litigieuze besluit moet nietig worden verklaard aangezien het blijk geeft van de volgende onjuiste rechtsopvattingen:
i)
onjuiste uitlegging van artikel 6, lid 1, van verordening (EG) nr. 1367/2006 (1) van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen.
ii)
onjuiste uitlegging van artikel 4 van verordening (EG) nr. 1049/2001 (2) van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.
iii)
onjuiste beoordeling bij de verwijzing in de kosten van het geding.
Derhalve moeten de vorderingen in eerste aanleg van rekwirante worden toegewezen en het besluit van de Commissie van 22 november 2007 nietig worden verklaard voor zover het documenten en delen van documenten betreft waartoe de Commissie haar bij besluit van 24 oktober 2008 toegang bleef weigeren.
(1) PB L 264, blz.13.
(2) PB L 145, blz. 43.
Full & Egal Universal Law Academy