3.12.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 355/12
Hogere voorziening ingesteld op 7 oktober 2011 door ThyssenKrupp Liften Ascenseurs NV tegen het arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 13 juli 2011 in de gevoegde zaken T-144/07, T-147/07, T-148/07, T-149/07, T-150/07 en T-154/07, ThyssenKrupp Liften Ascenseurs e.a. tegen Europese Commissie
(Zaak C-516/11 P)
2011/C 355/19
Procestaal: Nederlands
Partijen
Rekwirante: ThyssenKrupp Liften Ascenseurs NV (vertegenwoordigers: O.W. Brouwer en J. Blockx, advocaten)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
Rekwirante verzoekt het Hof van Justitie:
—
het bestreden arrest van het Gerecht van 13 juli 2011 te vernietigen voor zover het Gerecht de gronden van rekwirante in eerste aanleg heeft afgewezen;
—
zelf recht doende de beschikking C(2007) 512 def. (1) van de Commissie van 21 februari 2007 in zaak COMP/E-1/38.823 — Liften en roltrappen, op de betreffende in eerste aanleg aangevoerde gronden, alsnog te vernietigen en/of de boete die aan ThyssenKrupp Liften Ascenseurs NV is opgelegd te verlagen;
—
subsidiair, de boete die aan rekwirante is opgelegd te verlagen;
—
meer subsidiair, de zaak terug te verwijzen naar het Gerecht;
—
de Commissie te veroordelen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Tot staving van het beroep voert rekwirante vier middelen aan.
1)
Schending van artikel 81, lid 1, EG (thans artikel 101, lid 1, VWEU) doordat de inbreuken de handel tussen lidstaten niet merkbaar ongunstig kunnen beïnvloeden en de Commissie de procedure van onderzoek onrechtmatig inleidde.
2)
Schending van het ne bis in idem beginsel.
3)
Schending van artikel 23 van verordening 1/2003 (2), artikelen 48, lid 1 en 49, leden 1 en 3, van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie en van het beginsel van het persoonlijke karakter van straffen door bevestiging van de hoofdelijke aansprakelijkheid van rekwirante voor de volledige geldboete berekend op basis van de groepsomzet.
4)
Verkeerde toetsing en onrechtmatige nalatigheid van het Gerecht door geen gebruik te maken van zijn volle rechtsmacht ter zake van geldboeten, met name wat betreft de omvang van de betrokken markt, de afschrikkingsfactor en de medewerking onder de mededeling inzake medewerking van 2002 en buiten die mededeling.
(1) Samenvatting in PB 2008, C 75, blz. 19.
(2) Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB 2003, L 1, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy